zondag 5 september 2010

Aus einem Guß - Interview met Johan van den Berg

Sinds iets meer dan een jaar volg ik @Jominee op Twitter. Zijn echte naam is Johan van den Berg en hij is predikant in de PKN. Volgens mij ben ik hem gaan volgen net nadat het boek van Boele Ytsma, Van de Kaart, uitkwam en zich hierover een discussie ontspon op Twitter. Johan gaf aan dat hij wel ongeveer hetzelfde dacht als Boele, maar dat hij hier geen crisis voor nodig heeft gehad. Ook zag ik Johan regelmatig twitteren over de kwestie Israël/Palestina. Het werd tijd voor een interview.

Vertel eens wat over je achtergrond. Hoe ben je predikant geworden? Welke denkers hebben je opvattingen beïnvloed? Wat heeft je leven getekend?

Ik ben geboren in 1964 en opgegroeid in een (synodaal) gereformeerde familie in de Achterhoek. Na een christelijke lagere school in Eibergen bezocht ik de rooms-katholieke middelbare school in Groenlo. Ik ben afgekeurd voor de Burgerluchtvaartschool en ben toen mijn tweede keuze gevolgd: studie Arabische Taal en Cultuur aan de Katholieke Universiteit Nijmegen (tegenwoordig: Radboud Universiteit). Aan het einde van die studie ben ik tijdens een studieverblijf in Caïro tot “bezinning” gekomen en heb besloten dat ik daarna theologie wilde studeren in Kampen om dominee te worden. Zo gezegd, zo gedaan (in gepast tempo) en in 1998 afgestudeerd als theoloog. Nu ben ik werkzaam als gemeentepredikant in mijn tweede gemeente: de (gereformeerde) Sionkerk in Ameide (PKN).
Ik kan niet echt denkers noemen die mijn leven hebben beïnvloed. Van velen heb ik veel opgestoken en geleerd. Wat mijn leven heeft getekend: het overlijden van mijn moeders. Mijn eigen moeder overleed toen ik 16 was aan een hartstilstand. Mijn tweede moeder (met wie ik op z’n minst zo’n goede band had) is zeven jaar geleden om het leven gekomen bij een auto-ongeluk. Toen mijn vader net mijn tweede moeder had leren kennen – ik was toen 21 en studeerde in Nijmegen – heeft hij kort na elkaar drie hartinfarcten gehad. Ook dat heeft mijn leven getekend, in de zin dat ik besef dat allerlei narigheid je zomaar ongevraagd kan overvallen. Ik ben meer van dag tot dag gaan leven daardoor: geniet van het goede dat je vandaag wordt toegeworpen en leef vandaag. Ik snap weinig van mensen die zich onnodige moeiten op de hals halen, ook in theologisch opzicht.
Belangrijke bijbelteksten zijn voor mij:
  • het Grote Gebod
  • de Bergrede
  • Micha 6:8
  • Prediker 3:13
Bedoel je hiermee dat mensen zich niet onnodig zouden moeten bezighouden met theologische vragen?
Met nadruk op “onnodig”. Wellicht zouden mensen zich moeten afvragen: “Helpt het mij echt verder in mijn geloofsleven als ik op deze vraag een antwoord krijg?” of: “Voegt het antwoord op deze theologische vraag concreet iets toe aan mijn dagelijkse geloofspraktijk?”
Een valkuil bij mijn houding is mogelijk dat je in theologisch opzicht te lui wordt en te snel denkt: waarvoor zou ik de moeite doen… Het is dus geen pleidooi om het theologiseren te vermijden. Maar als het om de adiafora van het geloof gaat, dan moet je het jezelf en anderen niet te moeilijk maken.

Wat is het evangelie?
De blijde boodschap dat het Koninkrijk van God nabij is (onder ons, in ons midden) en dat daarin ook voor ons een plaats is vrijgehouden door de grote liefde en genade van God. Ik besef dat Jezus die plaats voor mij heeft gereserveerd en mij in zijn Vaders naam oproept om bovenstaande Bijbelwoorden in praktijk te brengen tot eer van God en tot heil van de mensen.

Wat is het wezenlijk nieuwe dat met de komst van Jezus aanbrak? Het Koninkrijk van God, is dat iets wat ervoor nog niet bestond, nog niet nabij was voor mensen die in intimiteit met God omgingen?
De kern van het nieuwe is denk ik “de liefde”, die door Jezus tot het ijkpunt van waar geloof wordt gemaakt: als antwoord op Gods liefde voor ons mensen, vraagt Jezus om onze liefde voor God. Daarbij breidt hij die roeping uit buiten het joodse volk: het gaat om “al zo lief had God de WERELD”.
Je kunt niet zeggen dat dit “nieuwe” iets anders is dan voorheen is verkondigd. Jezus radicaliseert die boodschap echter met de eis dat het niet (langer) om het uitvoeren van opgelegde geboden moet gaan, maar om het “van harte” beantwoorden van Gods liefde zoals Hij het in het Grote Gebod verwoordt.
Het gaat niet langer om knechtschap, maar om vriendschap, zoals het door Jezus wordt verwoord in Joh. 15:15vv – “Ik noem jullie geen slaven meer, want een slaaf weet niet wat zijn meester doet; vrienden noem ik jullie, omdat ik alles wat ik van de Vader heb gehoord, aan jullie bekendgemaakt heb. Jullie hebben niet mij uitgekozen, maar ik jullie, en ik heb jullie opgedragen om op weg te gaan en vrucht te dragen, blijvende vrucht.”

Wat is jouw uitleg van het begrip Triniteit en het belang ervan voor vandaag?
De Triniteit is een theologisch denkmodel dat probeert te benaderen hoe God ons in ons dagelijks leven tegemoet komt. Ik gebruik daarvoor de metafoor van de zon of van het vuur: God is als een vuur: de vlam (de Vader) zou mij verteren maar hij geeft het licht (de Zoon) dat mij de dingen laat zien zoals ze zijn, en de warmte (de Geest) die mij koestert en mij kracht geeft om mijn werk te doen.
Het belang ervan is dat je ontdekt hoe veelzijdig God is en op hoeveel manieren Hij zich aan ons “laat zien”. Het voorkomt een vastleggen van God in monolithische beelden en gedachten.

Schuilt er niet ook een gevaar in het trinitarisch denken? Juist in het vástleggen van de relatie tussen God, Jezus en de Heilige Geest in een formule? Kunnen we het niet gewoon houden op de tekst van de Bijbel en deze voor meerdere interpretaties open laten?

De trinitarische formule is allereerst doxologie. Ze komt uit de liturgie van de vroege gemeente (voor zover ik weet) en is pas later theologisch uitermate grondig doordacht. Denk aan het zendingsbevel dat je al in Mat. 28:19 tegenkomt. Ik houd het dus op de tekst van de Bijbel in dezen. Tegelijk begon ik niet voor niets mijn antwoord met te zeggen dat de Triniteit een theologisch denkmodel is, net zoals je bij scheikunde die leuke bolletjes-met-stokjes constructies hebt om duidelijk te maken hoe moleculen in een stof zich mogelijk (!) tot elkaar zouden (!) kunnen verhouden. Het is een mogelijke benadering van hoe de Vader, de Zoon en de Heilige Geest zich tot elkaar verhouden, beredeneerd vanuit de Schrift en de ervaring die gelovigen met God hebben.
Net als bij alle goede dogmatiek geldt dat het dogma allereerst doxa (lofprijzing) moet zijn: dus niet tot bevrediging van onze intellectuele capaciteiten, maar tot verheerlijking van Gods naam. En om te proberen (!) een antwoord te vinden op de in de evangeliën herhaaldelijk gestelde vraag: Wie is toch deze? Het gaat erom God te verhelderen voor de mensen. Niet om Hem vast te leggen, maar om met elkaar over God in gesprek te blijven.

Sola Scriptura?
Ja – maar dan in samenhang met de andere “sola’s” (Sola gratia • Sola fide • Solus Christus • Soli Deo Gloria). Met name de eerste drie als grondslag voor de reformatie zijn m.i. van belang. Naast en buiten de Schrift om zijn er vele manieren om iets van God te ontdekken en te ervaren in ons leven. Maar er dreigt een ongebreideld geloofssubjectivisme te ontstaan als we ons gezamenlijke doen en spreken niet steeds weer ijken aan de Schrift. Dat is de controleerbare (!) bron die wij als christenen gemeenschappelijk hebben. Daaraan kun je ook toetsen of “uitingen van de Geest” wel of niet authentiek zijn.
Wat buiten de Schrift om tot ons komt, kan zeer opbouwend en leerzaam zijn – en zelfs onmisbaar. Maar het heeft alleen bestand als het voortbouwt op het fundament dat ons in de Schrift wordt aangereikt.

Kun je iets meer vertellen over wat dit fundament precies is?
Jezus Christus – om het Paulus na te zeggen: … en die gekruisigd. Je kunt ook zeggen: Jezus’ visie op God en zijn uitleg van de TeNaCH/Thora/Schriften. Die uitleg is te vinden in de Schrift alleen. Dat we dat soms te weinig vinden, dat we graag onze eigen vragen aan Hem hadden gesteld, dat is óns probleem.

Alverzoening, een dwaalleer?
Waarom een dwaalleer? Ik geloof dat de Alverzoening de diepste wens van God zelf is. Hij laat ons de keuze. Als iemand niet met God verzoend wordt, is dat in elk geval noch Gods verlangen noch Gods werk. Het werk door Christus volbracht is ruim genoeg om aan ieder mens genade in overvloed te bieden. Het afwijzen van Alverzoening door christenen, is in dat licht dus een smoes om niet ieder mens als (dwalend) schaap van Christus’ kudde te zien en te behandelen. Het is niet aan de Kerk om het aanbod van de genade al bij voorbaat in te perken en te beperken tot een bepaalde groep. De Kerk mag en moet het aanbod van Gods genade breed zaaien. Het oogsten is een zaak van Gods engelen. De Kerk hoort ervoor te bidden dat allen zich met God zullen laten verzoenen. Of dat uiteindelijk ook gebeurt, weet God alleen. Wij hebben echter uit te gaan van het maximaal haalbare – en zou dan voor God iets onmogelijk zijn?

Mooi gezegd! Hoe zie je de rol van Israël vandaag en in de toekomst?
Ah, dan is de eerste vraag: over welk Israël hebben we het? Het oude volk uit de Bijbel, zoals het aan Abraham is beloofd en later door de woestijn trok naar het beloofde land? Hebben we het over de joden uit Jezus’ tijd? Over het joodse “volk” in diaspora? Over de Joodse Staat, de republiek Israël die in 1948 door zionisten is uitgeroepen?
Je mag het volk Israël in Bijbelse zin Gods “eerstgeborene” noemen. Maar we weten ook dat het eerstgeboorterecht in Gods ogen geen onwrikbaar instituut is (zie Esau en Jacob). Ook joden zelf kunnen er zich – naar het Bijbelwoord – niet op beroepen: God kan uit stenen kinderen voor/van Abraham scheppen als het nodig is (Mat. 3:9). De taak van Israël in de wereld is het zichtbaar maken en uitbreiden van Gods heil in deze wereld: het heil is UIT de joden, maar niet uitsluitend VOOR de joden, maar voor alle volken!
In meer specifieke zin wordt dit zichtbaar en verwerkelijkt in Jezus van Nazaret. Een man uit het joodse volk, wiens boodschap van heil en zegen allereerst tot zijn eigen volk, maar allengs ook meer en meer voor de volken uit de heidenen bestemd was.
Daarmee is het hek van de dam: het evangelie voor de heidenen! Het antwoord op de vraag of daarmee nu de rol van het volk Israël is uitgespeeld, hangt m.i. af van het antwoord op de vraag in hoeverre dat volk zich nog steeds in dienst stelt van de Goddelijke opdracht om het heil des Heren in onze wereld bekend te maken.
De staat Israël zou daar een rol in kunnen spelen, voor zover deze staat “heil voor de volken” belichaamt. Zolang dat (nog) niet het geval is, kan die staat niet gelijkgesteld worden aan het bijbelse Israël en nog veel minder – zoals sommige christenzionisten het in extremis voorstellen – in de plaats komen van Christus zelf. De staat kan enkel een rol spelen voor zover hij zich conformeert aan de geboden van Christus (Grote Gebod, Bergrede). En dan ben je naast het sola Scriptura, sola Fide en sola Gratia aangekomen bij solo Christo/solus Christus. Maar mag je dat van een staat verwachten? Van Nederland doen we dat toch ook niet? En dus vind ik dat we de staat Israël net zo moeten bekijken en beoordelen als alle andere staten – het is een menselijke onderneming met alle feilen van dien.

Kunnen we als christenen iets van het hedendaags jodendom leren? Misschien rabbijnse exegese? Een manier van denken? Tolerantie voor meerdere interpretaties?

Dat lijkt mij wel, zolang het niet op basis van dweperij of van schuldgevoelens jegens het jodendom gebeurt. Je moet beseffen dat de hedendaagse rabbijnse theologie even ver van de tijd van Jezus en van die van de aartsvaders af staat als de hedendaagse christelijke theologie. Het jodendom moet evenveel en even grote hordes tot de teksten overbruggen als wij christenen. De vooronderstelling dat joden automatisch dichter bij de Thora staan dan christenen, is in dat licht niet houdbaar. De Thora is evenzeer “ons Boek” als “hun Boek”. Christenen (uit de joden en uit de heidenen) lezen het Oude Boek “door de bril van rabbi Jezus van Nazareth”. Dat is hun volste recht, hun voorrecht zou ik zeggen. Dat rabbijnse exegese iets kan toevoegen aan onze waardering voor Schrift en Evangelie lijkt me daarnaast evident. De kunst van het schriftgesprek met het hedendaagse jodendom lijkt mij, dat wij als christenen een terechte houding van bescheidenheid ten opzichte van de joodse Schriftinterpretaties niet moeten laten verworden tot een houding van onwetendheid of zelfs “tweederangsheid”. De christelijke interpretaties (op grond van de woorden van Rabbi Jezus) mogen en kunnen op gelijke voet met de joodse interpretaties in gesprek worden gebracht. In zo’n sfeer van gelijkwaardig gesprek valt er voor ons en onze gesprekspartners denk ik veel moois over onze God te ontdekken.

Welk onderwerp keert steeds weer terug op je pad?
De tekst waarmee ik intrede heb gedaan in mijn eerste gemeente (Pesse): 1 Corinthiërs 13. En dan met name de verzen 1 t/m 3.
In het licht daarvan komt ook steeds weer de visie van de kerk op Israël op mijn tafel. Want er is heel veel Israëltheologie, waarin de staat Israël (en ook het volk) wordt verafgood, en waarbij een theologie wordt gehanteerd die volslagen liefdeloos is tegenover de Palestijnen, de Arabieren en de moslims in het algemeen. Daar waar de waarheid liefdeloos wordt gepredikt over de ruggen van onze naasten, verwordt zij tot een leugen van de allerergste soort. En daar blijf ik mij tegen verzetten – het kan allemaal nog zo waar zijn en nog zo sluitend beredeneerd, zonder liefde stelt het geen ene moer voor.

Johan, hartelijk dank voor jouw bereidheid om mee te doen aan dit interview en voor jouw openheid.
Eigenlijk jammer dat we over deze vragen hier niet nog langer kunnen doorpraten. Mijn antwoorden zijn voor de vuist weg opgeschreven, zonder herziening achteraf, zoals ik meestal spreek en schrijf: "aus einem Guß". Dus er valt zeker nog meer over te zeggen, maar voor nu zeg ik: "Ik heb gezegd. Dixi."

dinsdag 24 augustus 2010

Geloof, werken en de dood in de pot.

Afgelopen weekend was ik op het Flevo Festival. Ik bezocht daar o.a. een programma van Herman Wegter van het TV-programma De Kist wat hij bij de EO maakt over de dood. Hij confronteert daarin zijn gasten met een grafkist en ondervraagt ze over hoe ze tegen de dood aankijken.
In een bepaalde aflevering werd ene Sander de Kramer geïnterviewd. Nog nooit had ik van deze persoon gehoord, maar zijn verhaal was zeer ontroerend. Hij vertelde dat hij negentig kinderen uit de diamantmijnen van Sierra Leone had gered. Er overkwam hem iets waardoor hij het moést doen, ook al zou het zijn dood worden. Door precies de juiste persoon te ontmoeten en nog meer toevalligheden die na elkaar volgden lukte het. Zag Sander de Kramer hierin nou ook de leiding van God?
Na enig aandringen van het publiek gaf Sander inderdaad toe dat hij hierin wel de leiding van God zag. Wat zou God tegen hem zeggen als hij in de hemel kwam? “Goed gedaan jochie...”, op een manier waarop hij Sander aan het lachen zou maken. God heeft immers wel humor.
Sander weet niet of God bestaat, maar hij denkt het. Hij hoopt het.
Toen kwam er een vraag uit het publiek. “Geloof jij dat God mensen na de dood een tweede kans geeft?” Dat had Sander inderdaad gezegd in het TV-fragment wat op Flevo werd getoond. Mensen zijn nooit helemaal slecht of helemaal goed, dus waarom zou God ze wel zo zwart wit beoordelen? “Nee hoor, je kunt nog zulke goede dingen doen, als je niet in Jezus gelooft ga je voor eeuwig naar de hel. Waarom probeer je eigenlijk te bewijzen dat je zo goed bent?” Met andere woorden: daar schiet je bij God toch niets mee op als je niet in Jezus gelooft. Sander antwoordde dat het voor hem geen bewijsdrang was, maar een innerlijke drive, die kinderen moésten gered worden.
“Waarom zoek je dan niet verder naar God en pak je zelf die eerste kans niet?”
Ik schaamde me voor deze reacties uit het publiek. Ik zag in Sander iets van een goddelijk ingrijpen waardoor kinderen uit de hel van de diamanthandel werden gered. Ik vond het bijzonder hoe Sander zonder grote woorden zei dat deze ervaring het al ís, waar zou hij dan verder naar op zoek moeten gaan?
Ik herinner me dat ik van Leo Feijen op Flevo ook eens wilde weten hoe hij nu over het hiernamaals dacht. Hij schreef een mooi boek over het sterven van zijn vader. Maar gelooft hij wel in de opstanding, vroeg ik mij af. Misschien schaamde iemand zich wel voor mijn vragen toen. Ook Brian McLaren kent dit fenomeen. Als hij schrijft over opkomen voor de armen, zorgen voor de planeet, is de eerste vraag die hij van christenen krijgt: hoe denk je over verzoeningstheorie? Oftewel, geloof jij wel volgens onze checklist?
Zou God te zwart wit zijn om enigszins verblinde christenen zoals wij een tweede kans te geven na dit leven? Wellicht mogen wij dan ingeschakeld worden om mensen uit de hel te redden, naar het voorbeeld van Sander. Ik weet het niet zeker. Maar ik heb een vermoeden. Ik hoop het. God heeft immers wel humor.

donderdag 24 december 2009

Lag Jezus wel in een kribbe?

Artikel initieel geschreven voor Protestant.nl.
Gepubliceerd op 21 december 2009.

Tijdens de bijeenkomsten van mijn bijbelstudiekring hebben we een jaar lang kinderbijbelverhalen naast de 'volwassen' bijbel gelegd. Het is soms verbazingwekkend wat je dan nog ontdekt in teksten die je al talloze malen hebt gehoord en wellicht gelezen. Zo ook bij het kerstverhaal.

Lukas 2 vers 7 vertelt dat Maria Jezus bij zijn geboorte in een kribbe legt. Tenminste, dat zeggen de vertalingen. NBV (Nieuwe Bijbelvertaling) heeft er ‘voederbak’ van gemaakt, een woord dat je uitsluitend gebruikt voor iets waar dieren uit eten. Is Jezus dan voedsel voor dieren of juist voor mensen? De traditie heeft in de loop van de tijd allerlei dieren in de stal bijgeplaatst en hier soms zelfs hele mystieke betekenissen aan gegeven. De gemiddelde protestant weet dat het verhaal is aangedikt met folklore, maar blijft vaak toch meer geloven dan wat er werkelijk staat.

Bethlehem betekent broodhuis
Is het waarschijnlijk dat Maria baby Jezus in een kribbe zou hebben gelegd, waar normaal gesproken dieren uit eten? Het Griekse woord dat hier vertaald wordt met kribbe komt van 'om te eten'. Het heeft dus iets met voedsel te maken en dit woord wordt inderdaad ook voor voederbakken gebruikt. Maar waarom zou een moeder haar pasgeboren baby in zo'n vieze bak leggen?
In Jezus' tijd wikkelde men broden in doeken en bewaarde men ze in houten bakken. Zo bleven ze langer vers. Het kan dus goed zijn dat Jezus in zo'n broodbak is gelegd, gewikkeld in een doek. Jezus is geboren in 'broodhuis', de letterlijke vertaling van Bethlehem.

Uit opgravingen is gebleken dat een herberg in Jezus' tijd vaak bestond uit gemeenschappelijke ruimtes waar mannen en vrouwen gescheiden verbleven. Het ligt dan voor de hand dat een man met zwangere vrouw die op het punt staat om te bevallen, worden doorverwezen. Maar waarom naar een stal?


Kerstfeest of Loofhuttenfeest?

Sommige bijbelvorsers menen dat Jezus tijdens het Loofhuttenfeest geboren zou moeten zijn. Tijdens het Loofhuttenfeest bouwde men naast (of op) het huis een soeka, een loofhut. Tijdens dit feest bewaarde men het voedsel in een speciale voedselbak.

In Johannes 6 vertelt Jezus dat Hij het brood des levens is, uit de hemel nedergedaald. Stel je het volgende beeld eens voor. In een loofhut, met opening naar de hemel, baart Maria haar eerstgeboren Zoon, wikkelt Hem in doeken en legt Hem in een broodbak. Speculatie? In elk geval geen zekerheid. Ook hier moeten we oppassen niet meer te lezen dan er staat. Niettemin vind ik dit een verfrissende kijk op het kerstverhaal, die het waard is verder overwogen te worden.

Loofhuttenfeest is het feest van de kwetsbaarheid. Door tijdelijk in een hut te gaan wonen beseft een Jood zijn afhankelijk zijn van God, zoals het volk dat was in de woestijn na de uittocht uit Egypte. Jezus is mens van vlees en bloed geworden en heeft zijn hemelse heerlijkheid daarvoor opgegeven. Zo werd Hij ultiem afhankelijk van God. En juist in die kwetsbaarheid is Hij alle mensen tot brood geworden.

Meer informatie: http://members.ziggo.nl/peter7/kerst/kerstH5.html

vrijdag 4 december 2009

Twitterleeskring over verzoeningsleer


Onlangs verscheen bij uitgeverij Kok het boek van Ton de Ruiter getiteld 'Jezus in ons, een andere kijk op verzoening'. Ton de Ruiter is ex-predikant afkomstig uit de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt. Door zijn alternatieve kijk op de verzoeningsleer voelde hij zichzelf verplicht om uit het ambt van predikant te stappen.

De verzoeningsleer waar Ton de Ruiter kritiek op heeft is die van 'verzoening door voldoening'. God straft Zijn Zoon voor de zonde van andere mensen. Gelovigen, zij die dit offer aanvaarden, worden vrijgesproken van deze straf. Terwijl zij het eigenlijk zélf hadden verdiend. Jezus droeg de straf in plaats van hen. God kan mensen niet zómaar vergeven, er dient te worden betaald door de dood van Zijn Zoon. Soms wordt dit scherp verwoord als 'God wil eerst bloed zien om te kunnen vergeven', of: 'cosmic child abuse', termen die door voorstanders van deze verzoeningsleer worden verworpen als karikatuur.

Voor Ton de Ruiter is deze verzoeningsleer niet langer het hart van het evangelie. Verzoening met God draait volgens hem om toewijding en 'Jezus in ons'. Hoe hij dit uitwerkt zullen we gaan lezen in zijn boek in de vorm van een Twitterleeskring.

Hoe werkt het? Iedereen die dit boek wil lezen en er met anderen over wil communiceren via Twitter kan meedoen. Stuur dan een bericht naar @Borkdude, dan zal ik je toevoegen aan de lijst @Borkdude/leesgroepverzoeningsleer. Iedereen die door deze lijst wordt gevolgd is dus lid van de leeskring. Wil je niet meedoen, maar wel de reacties van anderen volgen, dan kun je gewoon deze lijst volgen, zonder je verder aan te melden.

Een paar conventies. Tweets over het boek worden gekenmerkt door de hashtag #tder (van Ton de Ruiter) en tweets over meer specifieke hoofdstukken worden getagged met extra hashtags als #h1 voor hoofdstuk 1, etc.

Leesschema. Het is de bedoeling dat reacties op #tder in de tijd op hetzelfde gedeelte in het boek betrekking hebben. Daarom is het handig dat iedereen zich aan hetzelfde leesschema houdt. Uiteraard kan je alvast het hele boek vooruit lezen en gewoon aantekeningen voor jezelf maken, die je dan in kunt brengen op het juiste tijdstip. Aangezien de hoofdstukken in het boek niet erg lang zijn, lijkt het mij te doen één hoofdstuk per week te lezen en daarop te reageren. Per week zullen de tweets over het boek dus (minimaal) twee hashtags bevatten: #tder en #h+hoofdstuknummer van die week. De begindatum van de leeskring hangt nog even af van de aangemelde personen en of ze allemaal hun boek al hebben (niet iedereen woont in Nederland). Correspondentie hierover geschiedt via Twitter.

Extra informatie. Het boek is te bestellen bij uitgeverij Kok. Ton de Ruiter heeft ook een webpagina.

Update: sinds kort is Ton de Ruiter ook op Twitter te vinden en hij zal meediscussiëren met de leeskring! Zijn account: @Jezusinons.

Update 2: Inmiddels is er overeenkomst bereikt over de begindatum. Deze is 7 januari 2010. We gaan het boek per hoofdstuk behandelen. De snelheid waarmee we dit doen is dynamisch en gebaseerd op de respons die er per hoofdstuk via Twitter naar boven komt.

Update 3: Speciaal voor deze leeskring is er een Twitteraccount aangemaakt waar je naartoe kunt tweeten, indien je je followers niet wil storen met een overvloed aan reacties op een boek wat voor hun niet interessant is. Dit Twitteraccount is: @Twitleeskring. Als alle leden van #tder dit account volgen zien ze elkaars reacties via dit account. Dus volg @Twitleeskring als je deelneemt aan de leeskring.

zondag 11 oktober 2009

De YfC-jongere en de theoloog.

Een Youth-for-Christ-jongere komt bij een schriftkritische theoloog op bezoek. Op een gegeven moment gaat het over de uittocht van het volk Israël uit Egypte. Halleluja, roept de jongere. Kijk nou toch, het leger van Farao zit ze op de hielen, maar Israël trekt zo door die Rode Zee en wordt gespaard! Welnee, zegt de theoloog, dat kan helemaal niet, in werkelijkheid gingen ze maar door een klein poeltje met wat riet. Halleluja, zegt de YfC-jongere. Kijk nou toch eens, dat hele leger van Farao is verdronken in dat kleine poeltje!

Gerard Vrooland, uitzending Eye-opener 20 juni 2009.

zondag 4 oktober 2009

Loelav bensjen

Dit keer geen citaat uit een boek wat ik opmerkelijk vond, of mij heeft geraakt, maar een verslag van een dienst in de Messiaanse Gemeente Benee Awraham 3 oktober te Amersfoort.

Omdat Klaas Goverts vandaag sprak besloot ik om weer een dienst bij te wonen van de Messiaanse Gemeente Benee Awraham in Amersfoort. Klaas Goverts vind ik een fascinerende spreker. Van hem krijg ik soms het gevoel dat er achter elke bijbeltekst weer een hele wereld te ontdekken valt. Hij is een spreker die diep kan raken.

Zonder er echt bij na te hebben gedacht bevond ik mij opeens temidden van een Soekotviering, het Loofhuttenfeest. Mensen liepen rond met loelavs en het was meteen duidelijk dat het hier om een bijzondere dag ging. Gelukkig voor de nieuwelingen, zoals ik, werd er uitgelegd wat de betekenis is van het loelav zwaaien op Soekot.

Een loelav wordt samengesteld uit vier onderdelen te weten: de etrog (een soort citrusvrucht), een palmtak (waar de loelav naar vernoemd is), een mirtetak en een wilgetak. Hier werden twee uitleggen van gegeven.

De eerste betekenis. Elk onderdeel van de loelav heeft een lekkere geur, smaak, of allebei. De smaak staat symbool voor Torakennis, de geur voor het doen van goede daden. Een etrog heeft zowel een lekkere smaak als geur, zodat deze hiermee symbool staat voor mensen die over Torakennis beschikken én goede daden doen.
De palm brengt dadels voort, deze hebben een lekkere smaak, echter geen reuk. Zo staat dit symbool voor mensen die wel Torakennis hebben, maar geen goede daden doen. De mirte heeft geur, maar geen lekkere smaak, zo staat deze voor mensen die geen Torakennis hebben, maar wel goede daden doen. En als laatste de wilgetak, deze heeft geen van beide eigenschappen.
De loelav representeert hiermee de gehele mensheid, mensen met en zonder Torakennis, mensen die goede daden verrichten en mensen die dit niet doen.

De tweede betekenis die aan de samenstelling van de loelav wordt gegeven is dat de etrog het hart voorstelt. De palmtak stelt de ruggegraat voor, de mirte ogen en de wilg de mond. Hiermee is de loelav het gehele wezen van de mens, God wordt geprezen met alle facetten.

Met deze loelav wordt een zwaaiende beweging gemaakt in alle windrichtigen, te beginnen met de oostelijke, richting Jeruzalem dus. Vervolgens ook nog omhoog (richting hemel) en omlaag (richting aarde).

Uit de Schrift werd gelezen Sjemot (Exodus) 23:14-16 – 'inzameling van de vruchten'. Wajikra (Leviticus) 23:33-44, Micha 5:1-4, Zacharja 14:6,16-21.

Na anderhalf uur begon dan de preek van Klaas Goverts, hetgeen waar ik eigenlijk voor was gekomen. Hiervan volgt een samenvatting.

Het geheim van Soekot.

In het jodendom is dit het derde grote feest, na Pesach en Sjavoeot. Pesach heeft op de christelijke kalender een plaats gekregen als Pasen, Sjavoeot als Pinksteren. Soekot mist. En door deze afwezigheid straalt dit feest. Heeft God dit bewust zo geleid? Soekot is opgeborgen in de provisiekast van Adonai. De beste wijn wordt tot het laatst bewaard, speciaal voor Israël. Het is het feest van de finale, het staat nog uit: het opgespaarde feest.
Klaas Goverts noemt de feesten “de genezing van de tijd”. Als iets lang duurt, worden mensen verdrietig van binnen. Er komt een gevoel dat het nooit meer goed zal komen. Spreuken zegt: een langgerekt hopen maakt het hart ziek. Geen enkele god begint aan zoiets als het helen van de tijd, maar de God van Israël wel. Jehuda Amichai, een Joods dichter zegt het zo: “God ligt onder de wereld”. Je moet dit zien als een man die op zaterdag onder zijn auto ligt te sleutelen. “Mensen die met God meehuilen, dat is zijn lof”.
Soekot wordt bewaard tot het einde. Tot het einde van het jaar, maar ook tot het einde van de wereldgeschiedenis. Asaf houdt zich in zijn Psalmen bezig met de wereldgeschiedenis. Asaf zegt: “kranten, daar schiet ik niets mee op, ik wil weten wat erachter zit”. Psalm 76:2 “God is bekend in Jehuda, zijn Naam is groot in Israël.” Vers 3: “In Salem is zijn hut, zijn woning in Sion”. Hier wordt het Hebreeuwse woord soekko gebruikt, vertaald met 'zijn hut'. Tegenover de legers zet God een hut neer. Al die vijanden kunnen niet op tegen de hut des Heeren. Je zou ook kunnen zeggen: het zwakke van God is sterker dan het sterke van de mensen.
In een boek met gesprekken van Joden over de feesten wordt gezegd dat Soekot een origineel feest is. Het komt niet voor in andere religies. Je zou kunnen zeggen dat dit het Joodste feest is (Joods, Joodser, Joodst). Uniek, maar ook universeel. Er worden 70 offers gebracht, voor de 70 volken. Na de periode Rosj Hasjana-Jom Kippoer waar geldt “wij beneden, God boven” is Soekot het feest van de intimiteit. Het minimale waar een Soeka aan moet voldoen is twee parallele muren en het begin van een derde, haaks erop. De betekenis hiervan wordt verleend aan Hooglied 2:6: “zijn linkerhand onder mijn hoofd, zijn rechterhand omhelze mij”. De Soeka is dan het intiem door God omgeven zijn, waarbij de twee muren de armen zijn van God en het begin van het derde muurtje Zijn hand.
Soekot wordt in de Bijbel ook genoemd 'chag ha-asiv': het feest van de inzameling. Dat doet denken aan de tiende bede in het Achttiengebed: het bijeenvergaderen van het volk Israël.
Sommige aren blijven bij de oogst achter op het veld. Dan komt de nacht en de aren denken: er is geen hoop meer. Dan opeens komen er voetstappen in het donker. Het is God zelf die de laatste schoven binnenhaalt. De Joodse denker Neher noemt de Jood “de inzamelaar van de vergeten garve”. Naar aanleiding van de Jom Kippoer-oorlog in '73 schreef de Algerijnse rabbijn Albert Hazan een boek waarin hij zegt: een loofhut is anders. Naties hebben bolwerken nodig, solide bunkers. Israël bouwt een hutje. Hazan bidt om een hut van Sjalom om Jeruzalem.
De Talmoed vertelt het verhaal over de naties die bij God kwamen met de vraag: waarom gaf u de Tora aan Israël maar niet aan ons? God antwoordde: “Willen jullie het dan proberen? Bouw een Soeka.” Ze beginnen en God laat de zon fel schijnen. De naties druipen af, ze geven de voorkeur aan gemak, airconditioning. Nu begrijpen we misschien iets meer van Zacharja 14: Adonai zal koning zijn over de ganse aarde. Vers 16: “de gojim zullen optrekken om te vieren het feest van Soekot”. Hazan zegt: als naties niet uit hun bunkers durven om te gaan wonen in een loofhut, dan zullen ze zichzelf beroven van regen, ze worden fossielen.
Wonen in een Soeka: aangewezen zijn op de genade. Psalm 76:3 zegt: God heeft zijn Soeka al gebouwd. Wie volgt? Een Soeka is sterker dan duizend legers.

zondag 7 juni 2009

Wittgenstein


In een poging om zijn voltooide Tractatus, het levenswerk van Wittgenstein waaraan hij zeven jaar had gewerkt te laten uitgeven, schrijft hij aan de uitgever Ficker de volgende woorden:

Van het lezen van het boek zult u namelijk - en dat geloof ik werkelijk - niet veel opsteken. Want u zult het niet begrijpen, de stof zal zeer vreemd op u overkomen.
In werkelijkheid is de stof helemaal niet vreemd, want de zin van het boek is ethisch. In een bepaald stadium wilde ik aan het voorwoord een zin toevoegen die er nu niet in voorkomt, maar die ik u nu schrijf, omdat hij voor u wellicht als sleutel kan dienen: ik wilde namelijk schrijven dat mijn werk uit twee delen bestaat: uit wat hier voor u ligt, en uit alles dat ik niet heb geschreven. En juist dit tweede deel is het belangrijkste.

Uit: Ludwig Wittgenstein - Het heilige moeten / Ray Monk (2e druk 1996, blz. 179, Ooievaar Amsterdam)