zondag 7 juni 2009

Wittgenstein


In een poging om zijn voltooide Tractatus, het levenswerk van Wittgenstein waaraan hij zeven jaar had gewerkt te laten uitgeven, schrijft hij aan de uitgever Ficker de volgende woorden:

Van het lezen van het boek zult u namelijk - en dat geloof ik werkelijk - niet veel opsteken. Want u zult het niet begrijpen, de stof zal zeer vreemd op u overkomen.
In werkelijkheid is de stof helemaal niet vreemd, want de zin van het boek is ethisch. In een bepaald stadium wilde ik aan het voorwoord een zin toevoegen die er nu niet in voorkomt, maar die ik u nu schrijf, omdat hij voor u wellicht als sleutel kan dienen: ik wilde namelijk schrijven dat mijn werk uit twee delen bestaat: uit wat hier voor u ligt, en uit alles dat ik niet heb geschreven. En juist dit tweede deel is het belangrijkste.

Uit: Ludwig Wittgenstein - Het heilige moeten / Ray Monk (2e druk 1996, blz. 179, Ooievaar Amsterdam)

maandag 4 mei 2009

Tesjoeva van Manashe


Dat het altijd mogelijk is terug te keren op Gods levensweg blijkt uit de bekering van koning Manashe. Koning Manashe wordt in de bijbel als afschrikwekkend voorbeeld getekend van het doen van wat kwaad is in de ogen van de Eeuwige. Als zoon van de rechtvaardige en godvrezende koning Hizkia vervalt hij in afgodendienst. Hij brengt kinderoffers en verleidt het volk daaraan mee te doen (2 Kronieken 33:10-13): De Eeuwige sprak tot Manashe en zijn volk, maar zij luisterden niet. Daarom bracht de Eeuwige over hen de legeroversten van de koning van Assur, die Manashe grepen met haken, hem boeiden met twee koperen ketenen en naar Babel voerden. Maar toen hij in het nauw geraakt was, zocht hij de gunst van de Eeuwige, zijn God; hij verootmoedigde zich diep voor het aangezicht van de God zijner vaderen en bad tot Hem; toen liet Hij zich door hem verbidden, hoorde zijn smeking, bracht hem naar Jeruzalem terug en herstelde hem in zijn koningschap. En Manashe erkende dat de Eeuwige God is. Aan dit verhaal over de spectaculaire tesjoeva van Manashe is het Gebed van Manashe te danken, één van de apocriefe boeken. In de Targoem van 2 Kronieken 33:13 wordt zijn bekering uitgebreid verteld:

En hij bad tot Hem. Onmiddelijk sloten alle engelen die zijn aangesteld over de ingangen van de poorten van het gebed alle ingangen van de poorten van de hemel om te voorkomen dat zijn gebed zou worden verhoord. Terstond kreeg de barmhartigheid van de Meester van het Al de overhand. Diens rechterhand is bereid zondaren aan te nemen, die terugkeren (tesjoeva doen) tot eerbied en hun drift breken in tesjoeva. Hij maakte in de hemel een opening en bres onder de troon der heerlijkheid. Hij hoorde zijn gebed en nam zijn smeekbede aan... En Manashe wist dat de Eeuwige God is, die voor hem deze tekenen en wonderen had verricht. En hij deed tesjoeva met volle overtuiging, verliet zijn afgoden en diende die niet langer.

Het bijzondere in dit verhaal is niet zozeer dat deze koning tesjoeva doet, maar dat volgens de Targoem God zelf al het mogelijke doet om zijn tesjoeva te bevorderen. Jezus zegt volgens Lucas 5:32 dat zijn opdracht is: Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars, tot bekering.

Uit: Joodse feesten en vasten blz 180-181, Geert Cohen Stuart, vijfde druk maart 2009, Kok Kampen. Gepubliceerd met toestemming van de auteur en uitgever.

zondag 19 april 2009

Blaise Pascal over de opstanding

De apostelen [zouden] zijn bedrogen of hebben bedrogen. Zowel het ene als het andere is moeilijk [te geloven]. Want je kunt onmogelijk iemand voor een uit de dood herrezene houden. Zolang Christus bij hen was kon hij hen bijstaan, maar wie heeft hen daarna tot daden geïnspireerd, als hij niet voor hen verschenen is?

Blaise Pascal

maandag 23 maart 2009

De vrouw van Potifar: uit op een avontuurtje of een dieper verlangen?


Deze uitleg is volledig gebaseerd op het hoofdstuk hierover uit het boek 'Genesis, belichting van het bijbelboek' van Ron Pirson.

Het cliché wil dat veel verhalen waarin seksualiteit sterk op de voorgrond treedt, de man het slachtoffer wordt van de manipulaties van de vrouwelijke tegenspeler. Genesis 39 voegt zich naadloos in dit patroon, althans voor wie de gebruikelijke uitleg volgt van dit verhaal, namelijk dat de vrouw van Potifar wraak neemt op Jozef omdat hij weigert met haar te slapen. Volgens commentatoren is dit een goede reden voor haar om Jozef de gevangenis in te laten gooien.

Er is echter een andere lezing van dit verhaal mogelijk. Daarvoor dienen we eerst een aantal zaken op een rijtje te zetten.

Potifar is volgens de Hebreeuwse tekst een 'saries', wat 'dienaar', 'hoveling' of 'eunuch' kan betekenen. De Septuagint vertaalt het in Genesis 39:1 en in Genesis 37:36 beide keren met 'eunuch'.
Een eunuch is iemand die om politieke redenen gecastreerd is, omdat hij dichtbij een machthebber stond en deze machthebber zeker wilde stellen dat de nakomelingen van zijn vrouw(en) ook echt van hem waren.

De vrouw gebruikt twee keer bijna hetzelfde verhaal jegens haar huisgenoten en Potifar om uit te leggen wat er is gebeurd tussen haar en Jozef.

Weergave aan de huisgenoten:
Vers 14,15: Zie hij heeft gebracht tot ons een Hebreeuwse man om te spotten (tsachaq) met ons. Hij is gekomen tot mij om met mij te liggen en ik riep met luide stem. En het gebeurde toen hij hoorde dat ik mijn stem verhief en riep, hij liet zijn kleed naast mij achter en vluchtte en ging naar buiten.

Weergave aan Potifar:
Vers 17,18: Gekomen tot mij is de Hebreeuwse slaaf die jij hebt doen komen tot ons om te spotten (tsachaq) met mij. En het gebeurde dat toen mijn stem luider werd en ik riep, hij zijn kleed achterliet en naar buiten vluchtte.

Er zijn twee verschillen aan te wijzen die voor de alternatieve lezing van belang zijn. In de eerste verklaring gebruikt ze de uitdrukking 'Hebreeuwse man' en in de tweede 'Hebreeuwse slaaf'. In de eerste verklaring vermeldt de vrouw expliciet dat Jozef bij haar kwam om met haar te liggen, wat ze in de tweede achterwege laat.

Het Hebreeuwse werkwoord 'tsachaq' wat in beide verklaringen wordt gebruikt is hier vertaald met 'spotten'. Het woord kan daarnaast ook 'lachen', 'liefkozen' of 'vrijen' betekenen. Vergelijk Genesis 26:8 waar Isaak met Rebekka aan het liefkozen is, hier wordt exact hetzelfde woord gebruikt.

De alternatieve lezing van dit verhaal kan nu als volgt worden neergezet. De eunuch Potifar kan bij zijn vrouw geen nageslacht verwerven. Hij wil, om toch nageslacht te kunnen hebben, hiervoor een slaaf inzetten. Daarom plaatst hij de slaaf Jozef, schoon van gestalte (vers 6), veelal onbewaakt in de buurt van zijn vrouw. Hij stelt Jozef over álles wat hij heeft (vers 4), maar blijkbaar gaat dit nog verder dan Jozef zelf denkt (vers 9).

Hier gebeurt iets wat in Genesis al een aantal malen eerder heeft plaats gevonden, maar dan met de rol vrouw/man omgedraaid. Niet de vrouw (Sara, Rachel en Lea) stelt haar slaaf beschikbaar aan de man om een nakomeling te verwekken, maar hier stelt de man aan zijn vrouw een slaaf beschikbaar om een nakomeling te verwekken.
Zo bezien resoneert de onderbreking in het verhaal van Jozef (Genesis 37,39-50), namelijk het verhaal van Juda en Tamar (Genesis 38), na in het vervolg. Tamar verwerft op niet conventionele wijze nageslacht bij Juda. De vrouw van Potifar is niet op een avontuurtje uitgeweest, maar heeft ook geprobeerd om de familie voor uitsterven te behoeden.

Waarom gebruikt de vrouw twee keer bijna hetzelfde verhaal maar niet helemaal precies hetzelfde verhaal? Tegen haar huisgenoten moet ze zien uit te leggen waarom Jozef het huis uit moet. Ze beschuldigt Jozef, de Hebreeuwse man, die Potifar tot hen deed komen om met hun te spotten, van verkrachting. Haar verklaring richting Potifar kan gelezen worden als: de Hebreeuwse slaaf, die Potifar heeft laten komen om met haar te vrijen, heeft aan zijn opdracht niet gehoorzaamd.

Deze lezing wordt ondersteund door het feit dat Jozef slechts wordt opgesloten in de gevangenis. De wetgeving (aangenomen dat iets soortgelijks ook in Egypte heeft gegolden) in Deuteronomium 22:22-24 stelt dat verkrachting bestraft dient te worden met de dood. Als een vrouw om hulp roept, is zij onschuldig en hoeft niet tot dood te worden gebracht. Het feit dat de vrouw van Potifar riep kan betekenen dat ze haar eigen positie niet wilde ondermijnen en in het geval van verkrachting vrijuit zou gaan.
Potifar stelt echter slechts werkweigering ten laste en de ongehoorzame slaaf Jozef wordt opgesloten in de gevangenis.

De hier gepresenteerde lezing laat zien dat Potifars vrouw niet de gemene lichtekooi is die de exegetische traditie in de loop van de afgelopen eeuwen van haar gemaakt heeft. Het is niet nodig mensen slechter voor te stellen dan nodig is – ook in de Bijbel niet.

woensdag 18 februari 2009

IJdelheid

Het boek Prediker begint met de bekende woorden: "IJdelheid der ijdelheden, zegt Prediker, ijdelheid der ijdelheden! Alles is ijdelheid!" (Prediker 1:2 NBG). In de Hebreeuwse grondtekst staat hier voor ijdelheid hewel. Letterlijk is dat een aanduiding voor een damp, een ademtocht of een nevel. Kortom, iets vluchtigs dat snel voorbijgaat. Vandaar dat men tot de vertaling nietigheid of ijdelheid is gekomen. Salomo wil hiermee niet aangeven dat alles in het leven zinloos is. Een ademtocht heeft wel degelijk zin, maar het is niet duurzaam, niet blijvend. Voor je met je ogen kunt knipperen is het al weer voorbij. Daarom kan hij zich afvragen wat voordeel een mens heeft bij al zijn zwoegen (Pred. 1:3). Dit Hebreeuwse woord hewel is via het Jiddisch tot heibel geworden. En dan betekent het merkwaardigerwijs niet meer ademtocht, maar lawaai, ruzie of kabaal.
Uit: Hebreeuws en Nederlands, Hebreeuwse leenwoorden in het Nederlands door Peter A. Siebesma

vrijdag 21 november 2008

Waarheid in de hemel en op aarde


"Rabbi Simon sprak:

Toen God Adam zou gaan scheppen, raakten de dienende engelen verdeeld in twee kampen. Sommigen zeiden: 'Laat hij geschapen worden.' Anderen zeiden: 'Laat hij niet geschapen worden.' Daarom staat er geschreven: 'Genade en waarheid botsten opeen, recht en vrede raakten slaags' (Psalm 85:11).
De genade sprak: 'Laat hij geschapen worden, want hij zal genadige daden doen.'
De waarheid sprak: 'Laat hij niet geschapen worden, want hij zal vol zijn van valsheid.'
Het recht sprak: 'Laat hij geschapen worden, want hij zal rechtvaardige daden doen.'
De vrede sprak: 'Laat hij niet geschapen worden, want hij zal nooit ophouden met twisten.'
Wat deed de Heilige, gezegend zij Hij? Hij nam de waarheid en wierp die tegen de aarde.
De engelen spraken: 'Koning van de kosmos, waarom doet U zo met waarheid, uw eigen zegel? Laat de waarheid van de aarde opstaan.'
Daarom staat er geschreven: 'Laat waarheid opspringen van de aarde' (Psalm 85:12)."

Dit is een gedurfde theologische interpretatie. Ze suggereert dat God op twee gedachten hinkte voordat Hij de mens schiep. Ja, de mens is in staat tot groot betoon van altruïsme, maar hij is ook voortdurend in oorlog. Mensen vertellen leugens en zijn vervuld van twist. God neemt de waarheid en werpt die ter aarde, hetgeen betekent: wil het leven leefbaar zijn, dan mag de waarheid op de aarde niet zijn wat ze in de hemel is. In de hemel mag de waarheid platoons zijn - eeuwig, harmonieus, stralend. Maar de mens moet niet naar zulke waarheid streven. Als hij het toch doet zal hij conflict teweeg brengen in plaats van vrede. Mensen doden omdat ze geloven dat ze de waarheid bezitten terwijl hun tegenstanders dwalen. Laat in dat geval, zegt God door de waarheid ter aarde te werpen, de mensen leven met een andere standaard, één die zich bewust is van zijn beperkingen.

Uit: Leven met verschil, Jonathan Sacks. Uitgeverij Meinema. Geplaatst met toestemming van vertaler Piet van Veldhuizen.

dinsdag 18 november 2008

De Maskilim - Menno Haaijman


De Maskilim zullen het begrijpen en velen tot inzicht brengen...

De debuutroman van Menno Haaijman ligt sinds kort in de boekhandel. Het betreft een zogenaamde literaire thriller waarin de joodse hoofdpersoon Jacob Klein, professor in de eschatologie, zowel privé als carrièrematig in de meest penibele situaties terecht raakt.

Zelf vind ik de sfeer en kwaliteit te vergelijken met boeken als 'De Ontdekking van de Hemel' van Mulisch, 'De Verborgen Geschiedenis' van Donna Tarrt en 'De Kabbalist' van Geert Kimpen. Vanaf het begin was ik gevangen in het verhaal en regelmatig kon ik mijn lachen niet inhouden vanwege de dosis humor die er ook in het boek te vinden is. Het boek kenmerkt zich door de poging om een realistisch beeld neer te zetten van de tijd die voorafgaat aan de komst van de Messias voor het volk Israël. Als alternatieve vorm van bijbelstudie is het boek dus ook te gebruiken. Echter, de gelovige die snel geshockeerd raakt door gedetailleerde vrijscènes kan het boek beter links laten liggen.

Meer informatie: http://www.demaskilim.nl/