vrijdag 16 november 2012

Interessante gezondheidsdocu's voor in het weekend


Zoals ik in mijn vorige blogbericht al schreef, is gezondheid en voeding een van mijn nieuwe interesses geworden in het laatste jaar. Zelf ben ik door een plantaardige lifestyle in ongeveer een half jaar 18 kg. kwijtgeraakt. Een leuke manier om mij met dit onderwerp bezig te houden, is het bekijken van documentaires over dit onderwerp. Hier volgen enkele tips van documentaires die je echt gezien moet hebben als je ook geïnteresseerd bent in dit onderwerp. 

Forks over Knives http://www.forksoverknives.com/ 
Deze docu laat zien dat veel welvaartsziekten kunnen bestreden worden door een plantaardig dieet. Een grote rol speelt in deze docu een wetenschappelijke studie genaamd The China Study, waarin onderzoek gedaan is naar kanker onder de Chinese bevolking. Het blijkt dat er een relatie is tussen de hoeveelheid geraffineerde producten en vlees die mensen eten en de stijging van het aantal welvaartsziekten.


Fat, sick and nearly dead http://www.fatsickandnearlydead.com/ 
Joe Cross heeft te kampen met een vervelende auto-immuunziekte en overgewicht. Medicijnen helpen niet op lange termijn en hij wordt zieker en zieker. Op een gegeven moment gooit hij het over een andere boeg en probeert de plantaardige lifestyle. Terwijl hij dit probeert, gaat hij op reis en interviewt tal van mensen over hun opvatting over gezondheid en of ze ervoor open staan om hetzelfde te proberen. Op een gegeven moment komt hij een truckchauffeur tegen welke een bijzondere rol gaat spelen in het vervolg van de documentaire. Dr. Fuhrman, auteur van het boek Eat to Live komt ook voor in deze documentaire.


The Woodstock Fruit Festival http://www.youtube.com/watch?feature=player_embedded&v=A1nS5E0HRn0
Dit is een interessante docu over festival van fruitarians en geïnteresseerden in een plantaardige lifestyle.



Bovenstaande docu's zijn makkelijk te kijken en vergen weinig intellectuele inspanning. Ik zou ze healthytainment willen noemen.

Als je wat meer energie over hebt dit weekend en een meer wetenschappelijke lezing zou willen bekijken, zou ik absoluut de volgende aanraden:

Dr. Greger - Uprooting the leading causes of death http://nutritionfacts.org/video/uprooting-the-leading-causes-of-death/ 
Dr. Greger gaat in deze lezing in op de meest voorkomende doodsoorzaken in onze tijd en hoe ze voorkomen zouden kunnen worden door... de plantaardige lifestyle.


Laat mij weten in het commentaar hieronder als je een van de docu's hebt gekeken en wat je ervan vond. Prettig weekend!

zondag 4 november 2012

Bespreking Eat to Live (2011), Joel Fuhrman, M.D.


Aangeschaft via bol.com

ISBN10: 0316206644
ISBN13: 9780316206648

Inleiding
Het gebeurt niet vaak, maar af en toe kom je opeens een boek tegen waardoor een bepaald aspect van je leven significant verandert. Zo’n boek was voor mij Eat to Live van Joel Fuhrman. Na een aantal jaren van schommelen in gewicht was ik, na een vakantie in Schotland, weer eens op zoek naar een manier om mijn gewicht omlaag te brengen. In die vakantie was ik, zonder op te letten, weer eens iets te zwaar geworden (BMI 27). Via de website Quora stuitte ik op iemand die het dieet van Fuhrman had geprobeerd en daar erg enthousiast over was. Het bijzondere aan wat hij vertelde, vond ik, was dat je zoveel kon eten als je wilde en geen calorieën hoefde te tellen. Dat sprak mij enorm aan. Calorieën tellen heb ik weleens heb geprobeerd. Dat werkte wel, maar is een enorm administratief karwei en niet iets om je hele leven vol te houden. Uiteindelijk verlies je het daarvan. Ik besloot het boek Eat to Live aan te schaffen en het te proberen.

Nutriëntdichtheid
Fuhrman’s manier van eten is gebaseerd op de formule: Health = Nutrients / Calories. Uitgedrukt in het Nederlands: gezondheid = nutriënten / calorieën. Deze formule drukt de “nutrient density” (nutriëntdichtheid) van je dieet uit. Hoe meer gezonde voedingsstoffen (vitaminen, mineralen, fytochemicaliën) per calorie er in het dieet zitten, hoe beter. Door meer producten te kiezen met een hogere nutriëntdichtheid verhoog je de gezondheid van je dieet. Door de gezondheid van je dieet te verhogen, volgt het afvallen vanzelf als gewenst bij-effect. Voorbeelden van voedsel met een hoge nutriëntdichtheid zijn: boerenkool, spruitjes, spinazie, broccoli, paddestoelen, bessen, sinaasappels, zaden en bonen.  Aan de lijst van voedsel is te zien dat groente een groot gedeelte uitmaakt van deze lijst. Voorbeelden van nutriëntarm voedsel zijn: geraffineerde graanproducten, suiker, frisdrank, fruitsap (niet vers, maar uit een pak) en (aardappel)chips.


Honger
Fuhrman legt uit dat door nutriëntdicht voedsel de maag eerder aangeeft verzadigd te zijn. Hiervoor geeft hij enkele redenen. Je maag rekt op vanwege de vele vezels in nutriëntdicht voedsel. De maag bevat zogenaamde “stretch receptors”, deze worden bij het uitrekken van de maag getriggerd, waardoor het hongergevoel afneemt. Dus vanwege het volume van nutriëntdicht voedsel (groente) neemt het hongergevoel eerder af. Andersom resulteert het eten van vezelarme voeding eerder in overconsumptie. Een andere reden is dat de hoeveelheid nutriënten zogenaamde “nutrient receptors” triggeren, terwijl deze door nutriëntarm voedsel niet worden getriggerd. Het is hierdoor praktisch onmogelijk om teveel te eten van nutriëntdicht voedsel. 
Ergens anders in het boek behandelt Fuhrman het onderwerp "toxic hunger". Veel hongergevoelens bij het Westerse dieet zijn geen echte honger, maar ontwenningsverschijnselen. Het lichaam gaat bezig met ontgiften, zodra het eten is verteerd.  Mensen moeten het verschil leren tussen de signalen van ontgifting en echte honger. Dit zal je door de eerste fase van nutriëntdicht eten heen helpen. In deze fase ervaren mensen soms een gevoel van flauwheid of andere nare gevoelens. Dit komt omdat zodra je schoner (minder gifstoffen) en meer nutriëntdicht gaat eten, het lichaam onverwerkte gifstoffen die in het lichaamsvet zijn opgeslagen eindelijk begint af te voeren.

Voedselpiramide
Zoals de meeste voedingsdeskundigen hanteert Fuhrman ook een voedselpiramide. In plaats van graanproducten onderaan, plaatst Fuhrman hier het meest nutriëntdichte voedsel (groente). Dit voedsel zou het grootste gedeelte van je dieet uit moeten maken. Hij adviseert om niet alles rauw of alles gekookt te eten, maar ongeveer 50/50.  In de praktijk komt deze voedselpiramide er op neer dat je elke dag een flinke salade met rauwe groente moet eten en bij de warme maaltijd een flinke hoeveelheid gekookte groente. Verder kan fruit dienen als ontbijt en snack. Het gebruik van graanproducten wordt gereduceerd tot slechts 20% van de calorieën. Dit betekent voor veel mensen een flinke verandering, omdat het Westers dieet heel erg gebaseerd is op brood, pasta en aardappels. Dierlijke producten mag je nog wel eten, maar dit hoeft niet. Ze worden beperkt tot slechts 10% van het totaal aantal calorieën. Als je dit per dag bekijkt dan betekent dat een heel erg klein stukje vlees, vis of een ei. Het perfecte dieet omschrijft Fuhrman elders als “vegan” met enkele supplementen, zoals B12 en DHA (een bepaalde vorm van omega 3 vet).  

GOMBBS (of G-BOMBS)
Op basis van zijn indeling van voedsel op nutriëntdichtheid komt Fuhrman met een handige afkorting: GOMBBS (later veranderde hij deze afkorting in G-BOMBS). Deze staat voor: Green Vegetables, Onions, Mushrooms, Beans, Berries and Seeds (groene groenten, ui, paddestoelen, bonen, bessen en zaden). Als je ervoor zorgt dat je elke dag ongeveer volgens deze afkorting eet, dan ben je al een eind op weg. Ik richt mijn dagelijkse lunchsalade meestal als volgt in: andijvie of spinazie, sjalot, kidneybonen en daarnaast andere groente zoals tomaat, komkommer en wortel. Dat betekent dat ik dan al drie letters heb gehad: de G, de O en de B. Paddestoelen (champignons) probeer ik regelmatig te eten (minimaal twee keer per week). Paddestoelen moet je overigens wel verhitten en niet rauw consumeren, in verband met gifstoffen die in rauwe paddestoel kunnen zitten. Zaden (zonnebloempitten, pompoenpitten, sesamzaad, lijnzaad) eet ik meestal in de vorm van chiazaad en zaden die ik door mijn eigen gebakken volkorenbrood mix. Dan blijven alleen de bessen nog over, die categorie vergeet ik meestal, al heb ik wel een zakje gojibessen op mijn bureau staan. Ruimte voor verbetering dus.  
Mijn dagelijkse salade
De rest van het boek
In de rest van het boek legt Fuhrman onder andere uit waarom hij zuivelproducten afraadt, waarom volkorenproducten beter zijn dan geraffineerde meelproducten, waarom je met deze manier van eten voldoende proteïne binnenkrijgt, etc. Ook gaat hij in op zieken zoals Diabetes type 2. Teveel om op te noemen, maar elk hoofdstuk zal bijdragen aan een groter inzicht in hoe het lichaam reageert op voedsel. Met deze kennis op zak zal het veel makkelijker worden om bepaalde soorten voedsel voortaan te laten voor wat het is en je te richten op gezondere alternatieven.

Hoe is het mij bevallen?
De manier van eten zoals beschreven in Eat to Live pas ik sinds augustus 2011 toe, dus nu ruim een jaar. In het begin viel ik snel af: ongeveer een kilo per week. Later ging het niet meer zo snel en na een klein jaar ben ik op stabiel gewicht (BMI 21). Fuhrman beschrijft in zijn boek dat je lichaam vanzelf het juiste gewicht bereikt als je genoeg nutriëntdicht voedsel eet. Zo heb ik dat ook ervaren.
Globaal ziet mijn eetpatroon er nu zo uit.
Ontbijt: sinaasappel, kiwi, volkorenboterham met tahin, chia en banaan
Lunch: grote salade met kidneybonen erdoor
Avondeten: veel gekookte groente, niet al teveel rijst/pasta/aardappelen, en iets erbij zoals tofu, een groenteburger of champignons.
Als tussendoortjes eet ik fruit (vooral bananen en mandarijnen omdat ze handig zijn om mee te nemen onderweg), gedroogd fruit, (ongezouten en ongebrande) cashewnoten of een rijstwafel met appelstroop. Ook eet ik regelmatig een stukje pure chocola, drink nog één bak koffie per dag en drink regelmatig een biertje, maar dit wordt in principe niet door Fuhrman aangeraden. :-)

Op het gebied van dieetboeken is dit mijn grootste favoriet en heeft mijn ogen geopend. Sterker nog, dit boek was het begin van een nieuwe hobby: boeken lezen over plantaardig eten. Ik was al sinds 2005 vegetariër. Pescotariër om precies te zijn, want ik at nog wel regelmatig vis. Maar vegetarisch eten betekent niet vanzelf: gezond eten. Door dit boek heb ik ook zuivel laten staan. Inmiddels eet ik totaal veganistisch (sinds augustus 2012). Maar ook voor een veganistisch dieet geldt: zolang het niet nutriëntdicht is, heeft je gezondheid er waarschijnlijk weinig baat bij. 

juli 2011 
Het is wel de bedoeling dat je de nutriëntdichte manier van eten blijft volhouden, want alleen een permanente verandering heeft permanente gevolgen, zoals Fuhrman zegt. Maar het is niet moeilijk om dit vol te houden, al kost het wel extra tijd, zoals goed plannen welke boodschappen je gaat doen en het bereiden van verse salades. Dit is tot nu toe het enige "dieet" wat ik ken dat gezond is en permanent vol te houden is. Ik hoop dat er een Nederlandse vertaling van dit boek komt, want ik denk dat veel mensen hiermee gebaat zouden zijn. 
juli 2012


zaterdag 3 november 2012

Recensie Vegan for Life (2011) – Jack Norris, RD en Virginia Messina, MPH, RD

Aangeschaft via Amazon.de: http://www.amazon.de/Vegan-Life-Everything-Healthy-Plant-Based/dp/0738214930/ref=sr_1_1?ie=UTF8&qid=1351881900&sr=8-1

ISBN-10: 0738214930
ISBN-13: 978-0738214931

In deze recensie maak ik soms de vergelijking met het boek Eat to Live van Joel Fuhrman en The Starch Solution van John McDougall. 




Doelgroep
Er zijn grofweg drie redenen om veganist te worden: gezondheid, dierenrechten/welzijn en milieu. Zelf ben ik meer via de gezondheidsreden bij veganisme terecht gekomen, via het boek Eat to Live, waarover ik misschien later een recensie zal schrijven. Het boek waar ik deze recensie over schrijf, gaat meer uit van de tweede reden: dieren hebben bepaalde rechten en het is niet aan de mens om gebruik te maken van hun vlees en producten en al zeker niet op een “inhumane” manier. Alhoewel deze reden pas helemaal aan het einde van het boek expliciet aan de orde komt, schijnt  in het boek af en toe wel door dat een tot het uiterste ge-optimaliseerde gezondheid zoals Fuhrman deze nastreeft, niet het primaire doel is. Het boek is duidelijk geschreven voor mensen die al besloten hebben om veganist te worden en hun dieet gezond willen inrichten.

Wie zijn de schrijvers?
Jack Norris (RD) is een geregistreerd diëtist (daar staat de afkorting RD voor) en mede-oprichter van Vegan Outreach. Hij is een autoriteit op het gebied van veganisme en voedingsleer. De andere auteur Virginia Messina MPH (Master of Public Health) RD schrijft over veganisme voor consumenten en professionals en is lid van de adviesraad van de ‘Vegetarian Resource Group and Physicians Committee for Responsible Medicine’. Eerlijk gezegd kende ik geen van beide auteurs, maar Jack Norris schijnt in de wereld van veganisme wel een bekendheid te zijn. Via via kwam ik bij het boek Vegan for Life terecht en dit was mijn eerste kennismaking met deze auteurs.

Geen claims op basis van anekdotes
Het boek is voorzichtig met gezondheidsclaims over een veganistisch dieet. Er wordt onderscheid gemaakt tussen bepaalde soorten wetenschappelijk onderzoek. Zwakke onderzoeken zijn: in vitro, case studies (anekdotes) en ecologische studies (het vergelijken van bepaalde bevolkingsgroepen). Betere studies zijn epidemiologische onderzoeken, waarbij mensen met en zonder een bepaalde eigenschap of ziekte worden bestudeerd. De beste soort is de klinische studie en dan bij voorkeur een randomized controlled trial (RCT). Daarbij worden mensen willekeurig in de interventiegroep of de controlegroep ingedeeld, terwijl zowel de deelnemers als de onderzoekers niet weten wie in welke groep zit (dubbel-blind).  Van deze groepen wordt dan volledig bepaald wat zij wel en niet eten. In het ideale geval zou alles in de voedingswetenschappen via deze methode getoetst moeten worden, omdat dit soort studies de meest betrouwbare data opleveren.  The China Study, een beroemd ecologisch onderzoek waarop veel planteneters zich beroepen, is geen RCT. Daarom worden er in dit boek geen beweringen op basis van dat onderzoek gedaan. Het boek beroept zich dus alleen op de meest betrouwbare wetenschappelijke resultaten en dat maakt dit boek sterk.

Gebaseerd op algemeen aanbevolen dagelijkse hoeveelheden
Bij de voedingsadviezen die in dit boek worden gedaan, wordt uitgegaan van de aanbevolen dagelijkse hoeveelheden (ADH) van bepaalde voedingsstoffen, vastgesteld door de ‘Food and Nutrition Board’ van het ‘National Institute of Medicine’. Deze ADHs zijn soms gecorrigeerd voor veganisten, omdat uit het uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat het nodig is dat veganisten meer van een bepaalde stof binnenkrijgen. Het boek noemt eiwitten en zink als voorbeelden, alhoewel de verschillen niet erg groot zijn tussen omnivoren en veganisten. Behoeften kunnen van persoon tot persoon verschillen, maar omdat het boek neutrale informatie wil bieden, gaat het uit van een algemene maat die opgelegd is door een andere onafhankelijke partij en laat zien dat het niet moeilijk is om met een veganistisch dieet aan deze normen te voldoen.

Eiwit: eet voldoende peulvruchten
De eerste vraag op voedingsgebied die een veganist kan verwachten is: hoe kom je aan voldoende eiwitten? Volgens The Starch Solution en Eat to Live is het erg lastig om een eiwittekort te krijgen, omdat er immers in alle onbewerkte plantaardige voeding (fruit, groente, granen, zaden, noten, paddestoelen) meer dan genoeg eiwitten zitten. Toch gaat dit boek erg in op dit onderwerp. Op basis van de ADHs die eerder zijn genoemd, wordt er voor volwassen aanbevolen om per dag 0,8 gram eiwit per kilogram lichaamsgewicht te consumeren (ik weeg nu 66 kg, dus dat zou afgerond 53 gram zijn), maar voor veganisten ligt deze factor nog iets hoger (0,9, dus voor mij 60 gram eiwit). De reden daarvoor is, volgens het boek, dat eiwitten uit plantaardige bronnen moeilijker verteerbaar zijn dan eiwit uit dierlijke producten. Het belang van peulvruchten wordt in de context van eiwit keer op keer herhaald. Peulvruchten zijn bonen, erwten en linzen, maar ook sojaproducten behoren tot deze groep, ze worden immers gemaakt van sojabonen. Mijn persoonlijke favoriet is trouwens de kidneyboon: deze eet ik elke dag door mijn salade.  Peulvruchten zijn een van de weinige plantaardige bronnen van het aminozuur lysine. Zonder peulvruchten is het lastig om genoeg van dit aminozuur binnen te krijgen. Lysine is een essentieel aminozuur. Dat betekent dat het niet zelf door het lichaam geproduceerd kan worden. Op bladzijde 23 wordt geschreven dat een veganist zich niet al te snel druk hoeft te maken over eiwitten, mits er regelmatig peulvruchten worden geconsumeerd. Een veganistisch dieet op basis van enkel granen en noten, raw-food of fruitarisch dieet kan uiteindelijk problemen opleveren vanwege een tekort aan lysinezuur. Het lastige van dit soort beweringen is het woordje ‘kan’: het hoeft dus niet per se zo te zijn. Er zijn gevallen op het internet bekend waarvoor dit duidelijk niet geldt  (http://www.thefruitarian.com/index.php/2010/05/protein-people-want-to-know-where-i-get-it/) maar dit soort bronnen moet men scharen in de categorie anekdotisch, en daar wil het boek zich niet op baseren. Overigens is een andere goede bron van lysine seitan. Dit staat niet in het boek vermeld, maar las ik net via de blog van Jack Norris: http://jacknorrisrd.com/?p=3273.  

B12
In het boek is een compleet hoofdstuk gewijd aan vitamine B12 en hoeveel je daarvan in zou moeten nemen. Er wordt gek genoeg cyanocobalamine  aangeraden in plaats van methylcobalamine, omdat methylcobalamine soms niet stabiel genoeg zou zijn. Dat verwonderde mij, omdat ik in diverse andere bronnen heb gelezen dat de methylvariant juist beter zou zijn (Fuhrman gebruikt in zijn supplementen ook de methylvariant).  Veganisten krijgen weleens de vraag of hun dieet niet kunstmatig is, omdat ze een apart B12-supplement nodig hebben. Het boek antwoordt daarop als volgt: “We agree that it doesn’t matter whether a vegan diet is our historical way of eating – it makes sense now to choose a vegan diet.” Het voedsel (plantaardig en vlees) dat de mens in deze tijd consumeert verschilt erg van het voedsel dat men in de prehistorie at. We eten hybrides van planten en dieren krijgen voedsel dat ze normaal gesproken niet zouden eten. Veevoer wordt vaak verrijkt met bepaalde vitaminen en mineralen. Het is zeer onwaarschijnlijk dat er ook nog maar één mens op aarde een “natuurlijk” dieet volgt, zoals in de prehistorie.  In het speciale hoofdstuk over veganistisch eten voor mensen ouder dan vijftig wordt bovendien gewezen op het belang van een B12-supplement voor ouderen. Naarmate men ouder wordt, heeft men meer moeite om B12 op te nemen uit dierlijke producten, maar niet uit B12-supplementen. Een veganist, die toch al B12-supplementen nam, hoeft hier dus geen rekening mee te houden.

Calcium
Geen zuivelproducten en toch genoeg calcium in je dieet, hoe doe je dat als veganist? Dat is ook een veelgehoorde vraag. Een aardig feit dat het boek noemt is dat omnivoren 40% van hun calcium ook uit plantaardig voedsel halen.  Veel plantaardige dieetboeken hameren op het feit dat calcium uit zuivelproducten (vanwege het verzurende effect van dierlijke eiwitten) juist calciumuitscheiding veroorzaakt en uiteindelijk osteoporose kan veroorzaken. Dit boek is met die bewering wat voorzichtiger, mede omdat deze stelling vooral op ecologische studies is gebaseerd.  De paragraaf met koptitel “Protein and Calcium: More Questions than Answers” zegt genoeg: er zijn teveel factoren in ecologische studies die het beeld kunnen vertroebelen. Op basis van klinische studies zijn de volgende conclusies echter wel te trekken:

  • Het consumeren van geïsoleerd dierlijk eiwit, dus puur eiwit, heeft een significant effect op calciumverlies, maar dat effect wordt meestal tenietgedaan wanneer er eiwitrijke producten als geheel worden geconsumeerd.
  • Eiwit kan calciumverlies stimuleren, maar ook calciumopname uit voedsel stimuleren – deze effecten kunnen elkaar neutraliseren.
  • In sommige studies wordt hoge eiwitconsumptie juist geassocieerd met betere gezondheid van botten.
Het boek vindt aanbevelingen voor een lagere calciuminname voor veganisten uit andere boeken dan ook te voorbarig. Dit onderwerp is nog lang niet helder genoeg is uitgezocht in de wetenschap.  Er worden dan ook een heel aantal veganistische aanbevelingen gedaan om toch de ADH van calcium te bereiken: tofu (op basis van calciumsulfaat), groene bladgroente, noten, gedroogde vijgen, calciumverrijkte (plantaardige) melk of een supplement.

Over soja
In de media bestaan er soms misverstanden over soja.  Het eerste misverstand is dat soja het risico op hormoongerelateerde borstkanker zou verhogen. De reden daarvoor is dat soja isoflavonen bevat. Isoflavonen zijn fyto-estrogenen die zich binden aan dezelfde receptoren als het hormoon estrogeen. Echter, dat wil nog niet zeggen dat isoflavonen zich hetzelfde gedragen als estrogenen.  Isoflavonen zijn SERMs (selective estrogen receptor modulators). Estrogeen bindt zich aan twee typen receptoren, maar SERMs maar aan één type, waardoor het gedrag heel anders kan zijn. Afhankelijk van welk type receptor in een weefsel dominant is, gedraagt een SERM zich als estrogeen of anti-estrogeen. SERMs worden soms zelfs als behandeling tegen kanker en osteoporose ingezet. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat soja over het algemeen de kans verkleint op hartziekten, borstkanker, prostaatkanker. Ook heeft het goed effect heeft op de hersenen, schildklier en vruchtbaarheid.
Isoflavonen hebben geen impact op het testosterongehalte, dus feminisering door soja is evenzeer een mythe die door wetenschappelijk onderzoek naar soja wordt ontkracht.
Een andere misverstand is dat soja in Oosterse landen vooral in gefermenteerde vorm wordt gegeten of slechts als smaakmaker bij een maaltijd. Dat wordt in het boek ontkracht. Niet-gefermenteerde soja (tofu) maakt al meer dan 1000 jaar deel uit van het Aziatische dieet. Tofu en sojamelk bepalen voor een groot gedeelte het soja-aandeel in het Chinese dieet. Een opmerkelijk verschil met McDougall  en Fuhrman is dat geïsoleerd sojaproteïne in dit boek niet als onveilig wordt gezien. Daar plaats ik zelf nog een vraagteken bij, omdat geïsoleerd (soja)proteïne IGF-1 verhoogt, wat weer het risico op kanker kan verhogen.

Gezondheid
Tientallen jaren geleden werd een veganistisch dieet geassocieerd met “alternatief”, maar tegenwoordig is er steeds meer interesse voor vanwege gezondheidsredenen. Helaas is de hoeveelheid veganisten op de wereld nog erg klein en zijn er niet veel wetenschappelijke studies naar gedaan. Wel is gebleken dat veganisten een gezonder lichaamsgewicht, een lagere bloeddruk en een lager bloedcholesterol hebben. Wellicht is dat niet erg spectaculair, maar dat is alles wat op dit moment te zeggen is over veganisten op basis van wetenschappelijke studies met betrouwbaarheid. Wel is duidelijk dat het consumeren van meer plantaardige en dus minder dierlijke producten gezondheidswinst op kan leveren. Het gezondheidsverschil tussen een bijna veganistisch dieet of een totaal veganistisch dieet zou weleens erg klein, zo niet nihil, kunnen zijn. Fuhrman beaamt dat in Eat to Live.

Praktische tips
Ook over allerhande andere voedingsstoffen zoals vet (omega 3), zink en ijzer doet het boek aanbevelingen. Verder komen we de “Vegan Food Guide” tegen: voorbeelden van hoe je je week zou kunnen inrichten. Welke combinaties van voedsel zou je kunnen eten om al die stofjes en genoeg calorieën binnen te krijgen? Wat als je niet van peulvruchten houdt of met een allergie of voedselintolerantie te kampen hebt?  Of wat als je teveel scheten moet laten van die bonen? :-) De Vegan Food Guide helpt je met al dit soort vragen.
Ook voor mensen die zich afvragen hoe ze veganist kunnen worden als ze dat nog niet waren, is er een hoofdstuk met de titel “Making the transition to a vegan diet”.  Helaas wordt in dit gedeelte veel gebruik gemaakt van Amerikaanse merknamen, zodat je als Nederlander niet altijd weet wat je hiervoor in de plaats kan kopen.
In het boek wordt af en toe opgeroepen om niet al te paniekerig om te gaan met een veganistische lifestyle. Onderzoeken of er bij bepaalde producten misschien dieren zijn gebruikt (bijvoorbeeld in een kleurstof of ander klein ingrediënt) als dit niet meteen duidelijk is, wordt afgeraden. Niet omdat het slecht zou zijn om je hier mee bezig te houden, maar omdat de meeste mensen het op deze manier niet volhouden en zichzelf hiermee gek maken. Anders dan bijvoorbeeld bij Fuhrman wordt er gezegd dat je best weleens wat olijfolie op je salade mag doen of af en toe mag snoepen. Dat is niet omdat dit vanuit de voedingsleer gezonder zou zijn, maar omdat sommige mensen de neiging hebben te streng voor zichzelf worden en uiteindelijk juist ongezonder gaan leven door een te beperkt dieet. Verder biedt het boek hoofdstukken die zijn gewijd aan speciale doelgroepen zoals zwangere vrouwen of vrouwen die borstvoeding geven, kinderen, tieners, 50+-ers en intensieve sportbeoefenaars.

Tot slot
Dit boek bevatte voor mij enkele nuanceringen op wat ik al wist over veganistisch eten, maar bevestigt wat ik in grote lijnen al heb gelezen in Eat to Live en The Starch Solution. Links en rechts zijn er verschillen te vinden, maar in elk geval wordt nog eens bevestigd dat een veganistisch dieet een goede basis is voor een lang en gezond leven.
Wie geïnteresseerd is in antwoorden op vragen, zoals hoe kan ik mijn ijzerinname verhogen?, krijg ik wel genoeg calcium binnen als veganist?, moet ik als topsporter ergens rekening mee houden? doet er goed aan dit boek aan te schaffen en te bestuderen. Ook omnivoren met een interesse in voedingsleer kunnen genoeg uit dit boek halen, al is het afgestemd op veganisten of mensen die het willen worden.  Het boek kan van voor naar achter gelezen worden, maar de hoofdstukken zijn ook prima los van elkaar te raadplegen.

zaterdag 2 april 2011

Er waren eens twee broers. Elk van hen bezat de helft van een veld, maar elk van hen wilde de helft die hij niet bezat en geen van beiden wilden hun eigen helft opgeven. Ze riepen de hulp in van een rabbijn die om zijn wijsheid bekend stond. Hij legde onder een boom in het veld zijn oor op de grond en leek zo in te dommelen. Na een tijdje werden de broers ongeduldig en beklaagden zich erover dat de rabbijn hun tijd aan het verkwisten was. Hij vertelde hen echter dat hij naar het land had geluisterd. Het land had hem verteld dat geen van beiden de grond bezat. De grond bezat hen. En op een dag, zei hij, zouden ze zich in de grond bevinden.

Uit: Wat geloven joden? - Edward Kessler (vertaling Jetteke van Wijk)


dinsdag 22 februari 2011

Schrift met schrift vergelijken… maar dan anders!

Wat moeten wij christenen met het Oude Testament? En wat hebben wij ons aan te trekken van de ge- en verboden die vanaf de berg Sinaï aan het Joodse volk zijn gegeven? Daar is al veel over nagedacht en gediscussieerd. Moeten christenen bijvoorbeeld besneden worden, om maar gelijk iets extreems als voorbeeld te nemen? Volgens Jakobus in Handelingen 15 moeten de Joden het de heidenen niet te moeilijk maken. De heidenen moeten zich in ieder geval onthouden van wat door de afgoden bezoedeld is. Maar daarmee is wel aangegeven dat afgoderij een belangrijk issue is voor heidenen.

De Tien Woorden
De tien geboden worden wel gezien als het centrum van de wetgeving in de Bijbel. Ook door de meeste christenen worden deze geboden als universeel geldend opgevat. Dat is op zich wonderlijk, want ze worden gegeven in de context van de uittocht van het volk Israël uit Egypte. Maar zoals God het volk Israël uitgeleid heeft, heeft God ons ook door Jezus verlost uit de banden van de dood. Uit liefde luisteren we daarom naar wat God ons in zijn woord wil zeggen, ook al is dat vaak in andere tijden uitgesproken en aan andere personen gericht. Zoals christenen zich door de Psalmen – gebeden van David tot God – aangesproken voelen, zo geldt dat ook voor de tien geboden.

In de joodse traditie heten de tien geboden ‘de Tien Woorden’. Waarom? Zo worden ze namelijk in de Bijbel zelf ook genoemd. “En Hij schreef op de tafelen de woorden van het verbond, de Tien Woorden” (Ex. 34:28, zie ook Deut. 4:13 en Deut. 10:4). Als je de ge- en verboden gaat tellen kom je trouwens niet op tien maar op meer dan tien uit. De meesten tellen er dertien of veertien. De belangrijkste vraag is echter waaróm ze de Tien Woorden worden genoemd. De middeleeuwse Bijbelexegeet Abravanel legt het als volgt uit: het volk hoorde als eerste ‘Ik ben’ tot en met ‘uit het slavenhuis’ gevolgd door een pauze. Daarna hoorden ze als tweede uitspraak ‘je zult niet hebben’ tot en met ‘die mijn geboden bewaren’ en weer was er een pauze. Zo zijn er in totaal tien uitspraken van God geweest gescheiden door negen pauzes.

Twee geboden
In Matt. 22:37-40 vat Jezus de gehele wet samen in twee gelijkwaardige geboden: 1) God liefhebben met ‘je alles’ en 2) je naaste als jezelf. Deze indeling van de wet wordt in de joodse en christelijke traditie ook toegepast op de tien woorden. Mozes kreeg twee stenen tafelen met op elk vijf woorden. De eerste vijf woorden gaan over je relatie met God. De tweede tafel met de vijf andere woorden gaat over je relatie tot de ander. Dat werpt bij het vijfde gebod echter een vraag op. ‘Eer uw vader en uw moeder’. Gaat dit over je relatie met God? Op het eerste gezicht niet. Maar denk er eens even over na en bekijk dan pas deze ‘oplossing’ uit de Babylonische Talmoed:

‘Onze meesters leerden: Er zijn drie partners bij het ontstaan van een mens: De Heilige-gezegend-zij-Hij, zijn vader en zijn moeder. Wanneer de mens zijn vader en moeder eert, zegt de Heilige-gezegend-zij-Hij: Ik reken het hun toe alsof ik tussen hen verbleef en zij Mij eerden.’ (Babylonische Talmoed, Kidoesjien 30b).

Tien als verbindend getal
We hebben al even aangestipt waarom de Tien Woorden er tien zijn en waarom ze woorden worden genoemd. We willen ter afsluiting nog even stilstaan bij de betekenis van het getal tien. Als reden wordt er weleens gegeven: er zijn tien woorden omdat we tien vingers hebben. Ze zijn daarom makkelijk te onthouden. Uitdrukkingen of getallen kunnen in de Bijbel ook een verbindende functie hebben. Wanneer er twee verhalen zijn waarin dezelfde uitdrukking voorkomt, is dat een aanwijzing dat het gaat om een verband tussen die twee verhalen. Zo vormt de uitdrukking ‘lech lecha’ (ga jij) de verbinding tussen Genesis 12 en 22. Volgens Pesikta Rabbati, een joodse bundel met verhalende uitleggingen uit de zesde of zevende eeuw, vormt het getal tien een verbinding tussen de tien uitspraken waarmee de wereld werd geschapen (Genesis 1), de Tien Woorden (Exodus 20) en de tien plagen die God over Egypte bracht (Exodus 7-12). Als we deze parallelie bekijken levert dat hier en daar weer lastige problemen op, zoals het vijfde woord ingedeeld bij de relatie God-mens, ook in eerste instantie vergezocht leek.

Licht
Pesikta Rabbati zet het eerste woord ‘Ik ben de Eeuwige’ tegenover het eerste scheppingswoord: ‘En God zei: Er zij licht’. Nu staat er in Pesikta Rabbati voor zover ik weet niet bij waarom dit nou zo’n voor de hand liggende vergelijking is. Weer zo’n probleem. Schrift met schrift vergelijken… maar dan anders. Is de vergelijking vergezocht? Toen ik er met een groepje mensen over nadacht (zie onder) kwamen er toch verrassende associaties naar boven. Probeer er zelf weer eens over na te denken en lees dan pas het volgende.

Als God zegt: ik ben de Eeuwige, jouw God, wat zegt hij daar dan mee? Dan zegt God dat hij ons licht wil zijn. Hij geeft ons dat licht door middel van zijn woord: ‘Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad‘ (Psalm 119:105). Er schieten ook teksten uit het Nieuwe Testament te binnen. Johannes 1:4 zegt: ‘in het Woord was leven en het leven was het licht der mensen’. In Johannes 8:12 zegt Jezus: ‘ik ben het licht der wereld; wie mij volgt zal nooit in de duisternis wandelen’. Jezus als openbaring van God zelf en als vleesgeworden Woord is ons licht in deze wereld. De vergelijking die deze oude joodse bron maakt tussen schepping en openbaring is dus ook voor ons christenen relevant.

Het uitspansel
We gaan nog eens kijken of de tweede vergelijking ook wat oplevert. Pesikta Rabbati zegt: ‘Je zult geen andere goden hebben’ tegenover ‘En God zei: Er zij een uitspansel’. Denk weer zelf na voordat je verder leest.

Wat er in ons groepje naar boven kwam was het volgende. God is zoals het uitspansel: alomvattend en om ons heen, beschermend. Het uitspansel is niet klein, zoals de afgoden. Ook is er maar één uitspansel, zoals er van God maar één is. Van afgoden zijn er vele. Het uitspansel is zoals de Thora, het geeft namelijk een ruimte om in te leven. Handelingen 17:28 zegt ‘Want in Hem (God) leven wij, bewegen wij ons en zijn wij’. In Colossenzen 1:16 staat geschreven dat alles in ‘de zoon van zijn liefde’ is geschapen. God en Jezus zijn dus om ons heen, zoals het uitspansel ons omvat. Dat zijn toch zaken om bij stil te staan.

Nu jullie
Als oefening wil ik jullie de derde vergelijking meegeven: ‘Je zult de naam van de Eeuwige niet ijdel gebruiken’ tegenover ‘En God zei: Dat de wateren samenvloeien.’ Ik ben benieuwd wat er bij jullie naar boven komt. Deel je reactie via deze blog en laten we eens met elkaar 'e-lernen'!

Meer lezen over de Tien Woorden in de joodse traditie? Lees: Gebeitelde woorden, sprekende taal. Dodo van Uden e.a., ISBN 9789023916086 
Het groepje waarin we uit dit boek 'lernen' is ontstaan bij de Emmaüskerk in Amersfoort.

Deze blog is verschenen als gastbijdrage voor Staat Geschreven.

vrijdag 24 december 2010

De drie-eenheid


Welke associaties krijg je bij het woord drie-eenheid? Bij mijzelf komen bijvoorbeeld naar boven: dogma, verwarring, strijd. Ik heb mij lange tijd afgevraagd of dit dogma wel bijbels was. Er staat immers niet in de bijbel, niet met zoveel woorden in elk geval, dat God uit drie personen Vader, Zoon en Heilige Geest bestaat, ook al vormt deze triade wel een terugkerende uitdrukking in het Nieuwe Testament. Bij het woord God denk ik toch vooral aan de Vader. Ook Jezus lijkt vooral gefocust te zijn op de Vader als onderwerp van verering. Hoe kan het dan toch dat het christendom de drie-eenheid lange tijd heeft gezien en nog ziet als maatstaf voor orthodoxie? Uit ervaring kan ik zeggen dat er van toetreders tot bepaalde gemeenten wordt gevraagd om de trinitarische formulering van Nicea te ondertekenen. Enig doorvragen laat meestal zien dat vrijwel niemand dit op een bevredigende manier kan uitleggen. Of het laat zien dat elke gelovige weer zijn eigen interpretatie van dit dogma heeft. Ondanks de verlegenheid en verscheidenheid rond dit dogma, staat het toch vaak pal bovenaan het lijstje geloofsartikelen dat van belang wordt ge-acht in een christelijke gemeente.

Jodendom en Islam hebben grote problemen met de drie-eenheid. Een citaat uit het boek 'De Heer uw God is Een', een discussie tussen Lapide en Moltmann, geeft de visie van Islam en Jodendom als volgt weer: “Zo stelt de Koran: 'Spreek: Uw God is een enige God, er is buiten Hem geen god. Ongelovig zijn al diegenen die beweren dat God de derde van drie is, terwijl er maar Eén Enige is. Wanneer zij niet ophouden met dit te verklaren zal hen een smartelijk lot treffen.' De Talmoedwijzen zijn op dit punt wat milder dan de profeet Mohammed. Zij stellen vast dat deze trinitarische nevenschikking wel te kort doet aan het zuivere monotheïsme, maar ook dat dit geen doodzonde is zoals bijvoorbeeld afgoderij.” (pag. 18/19)
Dat roept bij mij vragen op en maakt het dogma op zijn minst toch kritiekwaardig, ook al ben ik geen Jood of moslim.

Het lezen van twee boeken van Eginhard Meijering hebben mij geholpen enig zicht te krijgen op de drie-eenheid en ook het belang ervan voor het christelijk geloof. Het bijzondere aan deze auteur, die 25 jaar lang lector theologiegeschiedenis was in Leiden, is dat hij goed op de hoogte is van kritisch- wetenschappelijke ontwikkelingen in de theologie maar toch blijft volhouden dat de drie-eenheid iets essentieels uitdrukt voor het christelijk geloof. Ook is hij zich ervan bewust dat het dogma een kloof schept tussen andere godsdiensten maar ziet dit niet als bezwaar.

Allereerst kort iets over het eerste boek wat ik van hem gelezen heb: “God – Christus – Heilige Geest: over de bedoeling en achtergrond van de drie-eenheid”. Dit boek geeft de geschiedenis weer die tot de formulering van Nicea-Constantinopel heeft geleid. Dit is wat mij betreft de beste manier om iets van de drie-eenheid te begrijpen. Er is namelijk een ontwikkeling geweest die tot dit dogma heeft geleid. Als je het woord drie-eenheid noemt klinkt daarin heel die ontwikkeling mee. Je kunt niet zomaar het eindproduct uit de 4e eeuw nemen en zeggen: dit geloof ik of geloof ik niet, punt. Je moet weten wat de bedoeling is geweest van dit dogma, wat men met dit dogma heeft geprobeerd uit te drukken.
Verder laat het boek nog iets belangrijks zien: de leer van de kerkvaders is niet eenduidig. Er kan simpelweg niet worden beweerd dat de kerkvaders, in het boekje worden Justinus, Irenaeus, Origenes en Athanasius behandeld, een eenduidige visie hadden op wat later is vastgelegd tijdens de concilies.

Het tweede boek wat ik van Meijering heb gelezen is “Wie is Jezus Christus?”
De leer van de drie-eenheid, ook al zijn er drie personen, hangt toch vooral op de relatie tussen Jezus en God. Dat merk je als je gaat discussiëren over dit onderwerp. Als je aangeeft er moeite mee te hebben, komt meestal als eerste de vraag: maar hoe zie jij Jezus dan? Want, zo wordt er vaak kort en simpel gezegd: Jezus is God. Een uitdrukking waar voor mijn gevoel toch de nodige toelichting bij hoort.
De tak van de theologie die zich bezig houdt met de vraag wie Jezus is, heet christologie. Tegenwoordig lijken de meeste hoogopgeleide theologen voor een zogenaamde lage christologie te kiezen. Laag wil zeggen: Jezus was een gewoon mens, een bijzondere profeet die het om God ging, maar zonder bijzondere pretenties omtrent zijn eigen persoon.
Hier tegenover kan je een hoge christologie stellen die bij de ontwikkeling van de drie-eenheid centraal stond: De eeuwige Zoon van God, of: Gods Logos/Woord kwam vanuit de eeuwigheid naar onze tijdelijkheid en nam de vorm aan van de mens Jezus uit Nazaret.
Meijering probeert in zijn boek aan te tonen dat, met de kennis van de moderne wetenschap, het niet zo hoeft te zijn dat een lage christologie meer voor de hand ligt dan een hoge.
Wel wil hij rekening houden met de consequenties van de resultaten van het kritische onderzoek. De kerk moet hier rekening mee houden, ook al blijven het waarschijnlijk altijd onbewijsbare hypothesen. Door het hele boek geeft Meijering aan dat als we geloven dat God Jezus uit de doden heeft opgewekt en Jezus nu de levende Heer is, de consequenties van wetenschappelijk onderzoek een betrekkelijk belang hebben. Dit belang kan positief zijn voor de verantwoording van het geloof.

Als voorbeeld geeft hij hiervan het onderzoek naar de opstandingsverhalen. De wetenschap stelt als hypothese dat het hier gaat om overgeleverde legendes, geen feitelijke historie. Meijering geeft er telkens de voorkeur aan om de hypothesen het voordeel van de twijfel te gunnen en na te gaan wat voor consequenties die voor het geloof kunnen hebben. Let wel dat dit iets anders is dan de wetenschappers hun gelijk te geven. Meijering stelt: de opstandingsverhalen kunnen legendarisch zijn, de opstanding zelf was een historisch gebeuren wat de basis vormt voor ons geloof. 'We mogen de diversiteit die het kritische onderzoek in de tradities omtrent Jezus' opstanding aanwijst juist dankbaar aanvaarden, omdat die diversiteit ons duidelijk maakt dat de opstanding niet kan worden gedefinieerd, maar wel kan worden geloofd' (pag. 46).
De diversiteit in opstandingsverhalen kan dus niet bewijzen dat de opstanding niet heeft plaats gevonden, maar drukt juist uit dat de opstanding zoiets wonderlijks was dat het eigenlijk niet in feitelijk proza kan worden uitgedrukt.

Een ander voorbeeld. De stelling die door een gezaghebbend theoloog is gedaan in de vorige eeuw: 'Inhoud van het evangelie, zoals Jezus het verkondigde, is niet de Zoon, maar de Vader'. Meijering onderzoekt de consequentie van de waarheid van deze hypothese en stelt zich de vraag of dit per se tot een lage christologie moet leiden. Een geloof in God legt namelijk alle nadruk op God en niet op de mens Jezus. Het gaat er volgens Meijering niet om of de persoon van Jezus later is vergoddelijkt, maar of we in Jezus de Schepper van hemel en aarde op een unieke wijze horen spreken en handelen. Als dat is zo, volgt de vraag wat Jezus meer is dan simpelweg een prediker. Het gaat er in het christelijk geloof volgens Meijering om dat de openbaring van God in Jezus beslissend is en niet zomaar een willekeurige openbaring. Een hoge christologie houdt in dat de eeuwige Zoon van God vanuit de hemel mens op aarde werd. Maar het is niet duidelijk of het voorbestaan van de Zoon letterlijk genomen moet worden. “Joden geloofden bijvoorbeeld dat de Wet al vóór de schepping bij God was. Bedoelden ze daarmee dat er al twee stenen tafels bij God waren, of dat God de hele Wet al in zijn gedachten had? (…) Anderzijds: wat is reëler dan wat in de gedachten van God bestaat?” (pag. 102).
“Belangrijk is wel dat Christus die titel (Heer) van God heeft gekregen en dat hij zo wordt genoemd 'tot eer van God, de Vader', zoals Paulus het in een bekende passage zegt (Fil. 2:9-11). (…) We hoeven ons ten aanzien van de evangeliën bepaald niet kritisch op te stellen om te veronderstellen dat de aardse Jezus de titel 'Heer' wel voor God de Vader, maar niet voor zichzelf heeft gebruikt.” (pag. 94)
Het is dus niet zo dat een hoge christologie door vondsten in de wetenschap bedreigd wordt, zelfs niet als blijkt dat Jezus zélf geen hoge christologie had. Het gaat er bij een hoge christologie om dat de mens Jezus van Nazaret, wiens inhoud van het evangelie de Vader zou zijn en niet de Zoon, door ons herkend wordt als de opgestane Heer door wie God een unieke en beslissende openbaring aan ons doet.

Nu terug naar de drie-eenheid. In de belijdenis van Nicea gaat het onder andere om het verschil of de eeuwige Zoon van God geboren of gemaakt is. Volgens Meijering wordt hiermee uitdrukt dat “de Zoon, die in Jezus mens wordt, niet een willekeurige openbaring van God is, maar dat de openbaring in hem tot het wezen van God behoort, dat God in hem openbaart wie hij is en wil zijn. Bij de maagdelijke geboorte, of liever: bij de ontvangenis uit de Heilige Geest gaat het erom dat de mens Jezus een directe scheppingsdaad van God is.”
Het gaat Meijering dus niet om de letterlijke woorden, maar om de bedoeling achter de woorden.
Dat wordt duidelijk in de volgende citaten:

De eeuwige Zoon nam de gestalte van Jezus van Nazaret aan en daarom was Jezus wie hij was, de mens die helemaal op God gericht was. Hij heeft gedaan wat wij niet kunnen. In hem is God als de Zoon gehoorzaam geweest aan de Vader. Bij die gehoorzaamheid wil God ons als gemeente betrekken. Hiermee hebben we ons dus aangesloten bij het dogma van de drie-eenheid. Een dogma is geen geloofswet, maar een dogma wil uitdrukken – in menselijke en dus gebrekkige woorden – wat voor het geloof kostbaar is. Het dogma is in de eerste plaats een belijdenis, vervolgens stof om over na te denken, maar het moet geen axioma worden op grond waarvan we gaan redeneren.” (pag. 114)

Het dogma van de drie-eenheid wil zeggen: God is geen dood punt, er is inderdaad maar een God, maar God is geen starre eenheid. (…) Deze leer kan ons helpen te begrijpen dat in Jezus God tot ons komt, en dat dit uiteindelijk de enige reden is waarom wij in de christelijke kerken nog steeds over Jezus willen spreken.” (pag. 115)

Een kritisch onderzoek dat wil bewijzen dat het trinitarisch dogma helemaal niet in de bijbel staat en daarom geen gezag kan hebben verschilt niet principieel van een onkritisch orthodox fundamentalisme dat met een aantal teksten bewijst dat dit dogma wel degelijk in de Bijbel staat en daarom door ons aanvaard moet worden.” (pag. 116)

Er zijn in de huidige tijd vele christenen die nog steeds van mening zijn dat het dogma van de drie-eenheid in die zin een fundamenteel geloofsartikel is dat het door alle ware christenen altijd is beaamd. Ik behoor niet tot hen, maar ben wel van mening dat de belijdenis van de drie-enige God van fundamentele betekenis is voor het verstaan en verwoorden van het christelijke geloof. Ik beoordeel de ontwikkeling die tot dit dogma heeft geleid dan ook positief. Ik ontken niet dat daarin betweterij en streven naar macht – aan alle kanten zowel bij ketters als orthodoxen – een rol hebben gespeeld.” (pag. 118)

Samenvattend: Meijering doordenkt de consequenties van de moderne wetenschap voor de christologie maar pleit op basis van de opstanding toch telkens voor een hoge in plaats van een lage christologie. Deze hoge christologie sluit aan bij wat volgens hem de bedoeling is van de drie-eenheid en deze verwoordt vervolgens wat fundamenteel is voor het christelijk geloof: In Jezus komt God tot ons. Ook al heb persoonlijk nog steeds veel vragen en bedenkingen bij het dogma, door het lezen van Meijering ben ik het toch wat positiever gaan waarderen. Bij de bedoeling ervan kan ik in elk geval aansluiten.

zondag 5 september 2010

Aus einem Guß - Interview met Johan van den Berg

Sinds iets meer dan een jaar volg ik @Jominee op Twitter. Zijn echte naam is Johan van den Berg en hij is predikant in de PKN. Volgens mij ben ik hem gaan volgen net nadat het boek van Boele Ytsma, Van de Kaart, uitkwam en zich hierover een discussie ontspon op Twitter. Johan gaf aan dat hij wel ongeveer hetzelfde dacht als Boele, maar dat hij hier geen crisis voor nodig heeft gehad. Ook zag ik Johan regelmatig twitteren over de kwestie Israël/Palestina. Het werd tijd voor een interview.

Vertel eens wat over je achtergrond. Hoe ben je predikant geworden? Welke denkers hebben je opvattingen beïnvloed? Wat heeft je leven getekend?

Ik ben geboren in 1964 en opgegroeid in een (synodaal) gereformeerde familie in de Achterhoek. Na een christelijke lagere school in Eibergen bezocht ik de rooms-katholieke middelbare school in Groenlo. Ik ben afgekeurd voor de Burgerluchtvaartschool en ben toen mijn tweede keuze gevolgd: studie Arabische Taal en Cultuur aan de Katholieke Universiteit Nijmegen (tegenwoordig: Radboud Universiteit). Aan het einde van die studie ben ik tijdens een studieverblijf in Caïro tot “bezinning” gekomen en heb besloten dat ik daarna theologie wilde studeren in Kampen om dominee te worden. Zo gezegd, zo gedaan (in gepast tempo) en in 1998 afgestudeerd als theoloog. Nu ben ik werkzaam als gemeentepredikant in mijn tweede gemeente: de (gereformeerde) Sionkerk in Ameide (PKN).
Ik kan niet echt denkers noemen die mijn leven hebben beïnvloed. Van velen heb ik veel opgestoken en geleerd. Wat mijn leven heeft getekend: het overlijden van mijn moeders. Mijn eigen moeder overleed toen ik 16 was aan een hartstilstand. Mijn tweede moeder (met wie ik op z’n minst zo’n goede band had) is zeven jaar geleden om het leven gekomen bij een auto-ongeluk. Toen mijn vader net mijn tweede moeder had leren kennen – ik was toen 21 en studeerde in Nijmegen – heeft hij kort na elkaar drie hartinfarcten gehad. Ook dat heeft mijn leven getekend, in de zin dat ik besef dat allerlei narigheid je zomaar ongevraagd kan overvallen. Ik ben meer van dag tot dag gaan leven daardoor: geniet van het goede dat je vandaag wordt toegeworpen en leef vandaag. Ik snap weinig van mensen die zich onnodige moeiten op de hals halen, ook in theologisch opzicht.
Belangrijke bijbelteksten zijn voor mij:
  • het Grote Gebod
  • de Bergrede
  • Micha 6:8
  • Prediker 3:13
Bedoel je hiermee dat mensen zich niet onnodig zouden moeten bezighouden met theologische vragen?
Met nadruk op “onnodig”. Wellicht zouden mensen zich moeten afvragen: “Helpt het mij echt verder in mijn geloofsleven als ik op deze vraag een antwoord krijg?” of: “Voegt het antwoord op deze theologische vraag concreet iets toe aan mijn dagelijkse geloofspraktijk?”
Een valkuil bij mijn houding is mogelijk dat je in theologisch opzicht te lui wordt en te snel denkt: waarvoor zou ik de moeite doen… Het is dus geen pleidooi om het theologiseren te vermijden. Maar als het om de adiafora van het geloof gaat, dan moet je het jezelf en anderen niet te moeilijk maken.

Wat is het evangelie?
De blijde boodschap dat het Koninkrijk van God nabij is (onder ons, in ons midden) en dat daarin ook voor ons een plaats is vrijgehouden door de grote liefde en genade van God. Ik besef dat Jezus die plaats voor mij heeft gereserveerd en mij in zijn Vaders naam oproept om bovenstaande Bijbelwoorden in praktijk te brengen tot eer van God en tot heil van de mensen.

Wat is het wezenlijk nieuwe dat met de komst van Jezus aanbrak? Het Koninkrijk van God, is dat iets wat ervoor nog niet bestond, nog niet nabij was voor mensen die in intimiteit met God omgingen?
De kern van het nieuwe is denk ik “de liefde”, die door Jezus tot het ijkpunt van waar geloof wordt gemaakt: als antwoord op Gods liefde voor ons mensen, vraagt Jezus om onze liefde voor God. Daarbij breidt hij die roeping uit buiten het joodse volk: het gaat om “al zo lief had God de WERELD”.
Je kunt niet zeggen dat dit “nieuwe” iets anders is dan voorheen is verkondigd. Jezus radicaliseert die boodschap echter met de eis dat het niet (langer) om het uitvoeren van opgelegde geboden moet gaan, maar om het “van harte” beantwoorden van Gods liefde zoals Hij het in het Grote Gebod verwoordt.
Het gaat niet langer om knechtschap, maar om vriendschap, zoals het door Jezus wordt verwoord in Joh. 15:15vv – “Ik noem jullie geen slaven meer, want een slaaf weet niet wat zijn meester doet; vrienden noem ik jullie, omdat ik alles wat ik van de Vader heb gehoord, aan jullie bekendgemaakt heb. Jullie hebben niet mij uitgekozen, maar ik jullie, en ik heb jullie opgedragen om op weg te gaan en vrucht te dragen, blijvende vrucht.”

Wat is jouw uitleg van het begrip Triniteit en het belang ervan voor vandaag?
De Triniteit is een theologisch denkmodel dat probeert te benaderen hoe God ons in ons dagelijks leven tegemoet komt. Ik gebruik daarvoor de metafoor van de zon of van het vuur: God is als een vuur: de vlam (de Vader) zou mij verteren maar hij geeft het licht (de Zoon) dat mij de dingen laat zien zoals ze zijn, en de warmte (de Geest) die mij koestert en mij kracht geeft om mijn werk te doen.
Het belang ervan is dat je ontdekt hoe veelzijdig God is en op hoeveel manieren Hij zich aan ons “laat zien”. Het voorkomt een vastleggen van God in monolithische beelden en gedachten.

Schuilt er niet ook een gevaar in het trinitarisch denken? Juist in het vástleggen van de relatie tussen God, Jezus en de Heilige Geest in een formule? Kunnen we het niet gewoon houden op de tekst van de Bijbel en deze voor meerdere interpretaties open laten?

De trinitarische formule is allereerst doxologie. Ze komt uit de liturgie van de vroege gemeente (voor zover ik weet) en is pas later theologisch uitermate grondig doordacht. Denk aan het zendingsbevel dat je al in Mat. 28:19 tegenkomt. Ik houd het dus op de tekst van de Bijbel in dezen. Tegelijk begon ik niet voor niets mijn antwoord met te zeggen dat de Triniteit een theologisch denkmodel is, net zoals je bij scheikunde die leuke bolletjes-met-stokjes constructies hebt om duidelijk te maken hoe moleculen in een stof zich mogelijk (!) tot elkaar zouden (!) kunnen verhouden. Het is een mogelijke benadering van hoe de Vader, de Zoon en de Heilige Geest zich tot elkaar verhouden, beredeneerd vanuit de Schrift en de ervaring die gelovigen met God hebben.
Net als bij alle goede dogmatiek geldt dat het dogma allereerst doxa (lofprijzing) moet zijn: dus niet tot bevrediging van onze intellectuele capaciteiten, maar tot verheerlijking van Gods naam. En om te proberen (!) een antwoord te vinden op de in de evangeliën herhaaldelijk gestelde vraag: Wie is toch deze? Het gaat erom God te verhelderen voor de mensen. Niet om Hem vast te leggen, maar om met elkaar over God in gesprek te blijven.

Sola Scriptura?
Ja – maar dan in samenhang met de andere “sola’s” (Sola gratia • Sola fide • Solus Christus • Soli Deo Gloria). Met name de eerste drie als grondslag voor de reformatie zijn m.i. van belang. Naast en buiten de Schrift om zijn er vele manieren om iets van God te ontdekken en te ervaren in ons leven. Maar er dreigt een ongebreideld geloofssubjectivisme te ontstaan als we ons gezamenlijke doen en spreken niet steeds weer ijken aan de Schrift. Dat is de controleerbare (!) bron die wij als christenen gemeenschappelijk hebben. Daaraan kun je ook toetsen of “uitingen van de Geest” wel of niet authentiek zijn.
Wat buiten de Schrift om tot ons komt, kan zeer opbouwend en leerzaam zijn – en zelfs onmisbaar. Maar het heeft alleen bestand als het voortbouwt op het fundament dat ons in de Schrift wordt aangereikt.

Kun je iets meer vertellen over wat dit fundament precies is?
Jezus Christus – om het Paulus na te zeggen: … en die gekruisigd. Je kunt ook zeggen: Jezus’ visie op God en zijn uitleg van de TeNaCH/Thora/Schriften. Die uitleg is te vinden in de Schrift alleen. Dat we dat soms te weinig vinden, dat we graag onze eigen vragen aan Hem hadden gesteld, dat is óns probleem.

Alverzoening, een dwaalleer?
Waarom een dwaalleer? Ik geloof dat de Alverzoening de diepste wens van God zelf is. Hij laat ons de keuze. Als iemand niet met God verzoend wordt, is dat in elk geval noch Gods verlangen noch Gods werk. Het werk door Christus volbracht is ruim genoeg om aan ieder mens genade in overvloed te bieden. Het afwijzen van Alverzoening door christenen, is in dat licht dus een smoes om niet ieder mens als (dwalend) schaap van Christus’ kudde te zien en te behandelen. Het is niet aan de Kerk om het aanbod van de genade al bij voorbaat in te perken en te beperken tot een bepaalde groep. De Kerk mag en moet het aanbod van Gods genade breed zaaien. Het oogsten is een zaak van Gods engelen. De Kerk hoort ervoor te bidden dat allen zich met God zullen laten verzoenen. Of dat uiteindelijk ook gebeurt, weet God alleen. Wij hebben echter uit te gaan van het maximaal haalbare – en zou dan voor God iets onmogelijk zijn?

Mooi gezegd! Hoe zie je de rol van Israël vandaag en in de toekomst?
Ah, dan is de eerste vraag: over welk Israël hebben we het? Het oude volk uit de Bijbel, zoals het aan Abraham is beloofd en later door de woestijn trok naar het beloofde land? Hebben we het over de joden uit Jezus’ tijd? Over het joodse “volk” in diaspora? Over de Joodse Staat, de republiek Israël die in 1948 door zionisten is uitgeroepen?
Je mag het volk Israël in Bijbelse zin Gods “eerstgeborene” noemen. Maar we weten ook dat het eerstgeboorterecht in Gods ogen geen onwrikbaar instituut is (zie Esau en Jacob). Ook joden zelf kunnen er zich – naar het Bijbelwoord – niet op beroepen: God kan uit stenen kinderen voor/van Abraham scheppen als het nodig is (Mat. 3:9). De taak van Israël in de wereld is het zichtbaar maken en uitbreiden van Gods heil in deze wereld: het heil is UIT de joden, maar niet uitsluitend VOOR de joden, maar voor alle volken!
In meer specifieke zin wordt dit zichtbaar en verwerkelijkt in Jezus van Nazaret. Een man uit het joodse volk, wiens boodschap van heil en zegen allereerst tot zijn eigen volk, maar allengs ook meer en meer voor de volken uit de heidenen bestemd was.
Daarmee is het hek van de dam: het evangelie voor de heidenen! Het antwoord op de vraag of daarmee nu de rol van het volk Israël is uitgespeeld, hangt m.i. af van het antwoord op de vraag in hoeverre dat volk zich nog steeds in dienst stelt van de Goddelijke opdracht om het heil des Heren in onze wereld bekend te maken.
De staat Israël zou daar een rol in kunnen spelen, voor zover deze staat “heil voor de volken” belichaamt. Zolang dat (nog) niet het geval is, kan die staat niet gelijkgesteld worden aan het bijbelse Israël en nog veel minder – zoals sommige christenzionisten het in extremis voorstellen – in de plaats komen van Christus zelf. De staat kan enkel een rol spelen voor zover hij zich conformeert aan de geboden van Christus (Grote Gebod, Bergrede). En dan ben je naast het sola Scriptura, sola Fide en sola Gratia aangekomen bij solo Christo/solus Christus. Maar mag je dat van een staat verwachten? Van Nederland doen we dat toch ook niet? En dus vind ik dat we de staat Israël net zo moeten bekijken en beoordelen als alle andere staten – het is een menselijke onderneming met alle feilen van dien.

Kunnen we als christenen iets van het hedendaags jodendom leren? Misschien rabbijnse exegese? Een manier van denken? Tolerantie voor meerdere interpretaties?

Dat lijkt mij wel, zolang het niet op basis van dweperij of van schuldgevoelens jegens het jodendom gebeurt. Je moet beseffen dat de hedendaagse rabbijnse theologie even ver van de tijd van Jezus en van die van de aartsvaders af staat als de hedendaagse christelijke theologie. Het jodendom moet evenveel en even grote hordes tot de teksten overbruggen als wij christenen. De vooronderstelling dat joden automatisch dichter bij de Thora staan dan christenen, is in dat licht niet houdbaar. De Thora is evenzeer “ons Boek” als “hun Boek”. Christenen (uit de joden en uit de heidenen) lezen het Oude Boek “door de bril van rabbi Jezus van Nazareth”. Dat is hun volste recht, hun voorrecht zou ik zeggen. Dat rabbijnse exegese iets kan toevoegen aan onze waardering voor Schrift en Evangelie lijkt me daarnaast evident. De kunst van het schriftgesprek met het hedendaagse jodendom lijkt mij, dat wij als christenen een terechte houding van bescheidenheid ten opzichte van de joodse Schriftinterpretaties niet moeten laten verworden tot een houding van onwetendheid of zelfs “tweederangsheid”. De christelijke interpretaties (op grond van de woorden van Rabbi Jezus) mogen en kunnen op gelijke voet met de joodse interpretaties in gesprek worden gebracht. In zo’n sfeer van gelijkwaardig gesprek valt er voor ons en onze gesprekspartners denk ik veel moois over onze God te ontdekken.

Welk onderwerp keert steeds weer terug op je pad?
De tekst waarmee ik intrede heb gedaan in mijn eerste gemeente (Pesse): 1 Corinthiërs 13. En dan met name de verzen 1 t/m 3.
In het licht daarvan komt ook steeds weer de visie van de kerk op Israël op mijn tafel. Want er is heel veel Israëltheologie, waarin de staat Israël (en ook het volk) wordt verafgood, en waarbij een theologie wordt gehanteerd die volslagen liefdeloos is tegenover de Palestijnen, de Arabieren en de moslims in het algemeen. Daar waar de waarheid liefdeloos wordt gepredikt over de ruggen van onze naasten, verwordt zij tot een leugen van de allerergste soort. En daar blijf ik mij tegen verzetten – het kan allemaal nog zo waar zijn en nog zo sluitend beredeneerd, zonder liefde stelt het geen ene moer voor.

Johan, hartelijk dank voor jouw bereidheid om mee te doen aan dit interview en voor jouw openheid.
Eigenlijk jammer dat we over deze vragen hier niet nog langer kunnen doorpraten. Mijn antwoorden zijn voor de vuist weg opgeschreven, zonder herziening achteraf, zoals ik meestal spreek en schrijf: "aus einem Guß". Dus er valt zeker nog meer over te zeggen, maar voor nu zeg ik: "Ik heb gezegd. Dixi."