De apostelen [zouden] zijn bedrogen of hebben bedrogen. Zowel het ene als het andere is moeilijk [te geloven]. Want je kunt onmogelijk iemand voor een uit de dood herrezene houden. Zolang Christus bij hen was kon hij hen bijstaan, maar wie heeft hen daarna tot daden geïnspireerd, als hij niet voor hen verschenen is?
Blaise Pascal
zondag 19 april 2009
Blaise Pascal over de opstanding
Labels:
blaise pascal,
opstanding
maandag 23 maart 2009
De vrouw van Potifar: uit op een avontuurtje of een dieper verlangen?

Deze uitleg is volledig gebaseerd op het hoofdstuk hierover uit het boek 'Genesis, belichting van het bijbelboek' van Ron Pirson.
Het cliché wil dat veel verhalen waarin seksualiteit sterk op de voorgrond treedt, de man het slachtoffer wordt van de manipulaties van de vrouwelijke tegenspeler. Genesis 39 voegt zich naadloos in dit patroon, althans voor wie de gebruikelijke uitleg volgt van dit verhaal, namelijk dat de vrouw van Potifar wraak neemt op Jozef omdat hij weigert met haar te slapen. Volgens commentatoren is dit een goede reden voor haar om Jozef de gevangenis in te laten gooien.
Er is echter een andere lezing van dit verhaal mogelijk. Daarvoor dienen we eerst een aantal zaken op een rijtje te zetten.
Potifar is volgens de Hebreeuwse tekst een 'saries', wat 'dienaar', 'hoveling' of 'eunuch' kan betekenen. De Septuagint vertaalt het in Genesis 39:1 en in Genesis 37:36 beide keren met 'eunuch'.
Een eunuch is iemand die om politieke redenen gecastreerd is, omdat hij dichtbij een machthebber stond en deze machthebber zeker wilde stellen dat de nakomelingen van zijn vrouw(en) ook echt van hem waren.
De vrouw gebruikt twee keer bijna hetzelfde verhaal jegens haar huisgenoten en Potifar om uit te leggen wat er is gebeurd tussen haar en Jozef.
Weergave aan de huisgenoten:
Vers 14,15: Zie hij heeft gebracht tot ons een Hebreeuwse man om te spotten (tsachaq) met ons. Hij is gekomen tot mij om met mij te liggen en ik riep met luide stem. En het gebeurde toen hij hoorde dat ik mijn stem verhief en riep, hij liet zijn kleed naast mij achter en vluchtte en ging naar buiten.
Weergave aan Potifar:
Vers 17,18: Gekomen tot mij is de Hebreeuwse slaaf die jij hebt doen komen tot ons om te spotten (tsachaq) met mij. En het gebeurde dat toen mijn stem luider werd en ik riep, hij zijn kleed achterliet en naar buiten vluchtte.
Er zijn twee verschillen aan te wijzen die voor de alternatieve lezing van belang zijn. In de eerste verklaring gebruikt ze de uitdrukking 'Hebreeuwse man' en in de tweede 'Hebreeuwse slaaf'. In de eerste verklaring vermeldt de vrouw expliciet dat Jozef bij haar kwam om met haar te liggen, wat ze in de tweede achterwege laat.
Het Hebreeuwse werkwoord 'tsachaq' wat in beide verklaringen wordt gebruikt is hier vertaald met 'spotten'. Het woord kan daarnaast ook 'lachen', 'liefkozen' of 'vrijen' betekenen. Vergelijk Genesis 26:8 waar Isaak met Rebekka aan het liefkozen is, hier wordt exact hetzelfde woord gebruikt.
De alternatieve lezing van dit verhaal kan nu als volgt worden neergezet. De eunuch Potifar kan bij zijn vrouw geen nageslacht verwerven. Hij wil, om toch nageslacht te kunnen hebben, hiervoor een slaaf inzetten. Daarom plaatst hij de slaaf Jozef, schoon van gestalte (vers 6), veelal onbewaakt in de buurt van zijn vrouw. Hij stelt Jozef over álles wat hij heeft (vers 4), maar blijkbaar gaat dit nog verder dan Jozef zelf denkt (vers 9).
Hier gebeurt iets wat in Genesis al een aantal malen eerder heeft plaats gevonden, maar dan met de rol vrouw/man omgedraaid. Niet de vrouw (Sara, Rachel en Lea) stelt haar slaaf beschikbaar aan de man om een nakomeling te verwekken, maar hier stelt de man aan zijn vrouw een slaaf beschikbaar om een nakomeling te verwekken.
Zo bezien resoneert de onderbreking in het verhaal van Jozef (Genesis 37,39-50), namelijk het verhaal van Juda en Tamar (Genesis 38), na in het vervolg. Tamar verwerft op niet conventionele wijze nageslacht bij Juda. De vrouw van Potifar is niet op een avontuurtje uitgeweest, maar heeft ook geprobeerd om de familie voor uitsterven te behoeden.
Waarom gebruikt de vrouw twee keer bijna hetzelfde verhaal maar niet helemaal precies hetzelfde verhaal? Tegen haar huisgenoten moet ze zien uit te leggen waarom Jozef het huis uit moet. Ze beschuldigt Jozef, de Hebreeuwse man, die Potifar tot hen deed komen om met hun te spotten, van verkrachting. Haar verklaring richting Potifar kan gelezen worden als: de Hebreeuwse slaaf, die Potifar heeft laten komen om met haar te vrijen, heeft aan zijn opdracht niet gehoorzaamd.
Deze lezing wordt ondersteund door het feit dat Jozef slechts wordt opgesloten in de gevangenis. De wetgeving (aangenomen dat iets soortgelijks ook in Egypte heeft gegolden) in Deuteronomium 22:22-24 stelt dat verkrachting bestraft dient te worden met de dood. Als een vrouw om hulp roept, is zij onschuldig en hoeft niet tot dood te worden gebracht. Het feit dat de vrouw van Potifar riep kan betekenen dat ze haar eigen positie niet wilde ondermijnen en in het geval van verkrachting vrijuit zou gaan.
Potifar stelt echter slechts werkweigering ten laste en de ongehoorzame slaaf Jozef wordt opgesloten in de gevangenis.
De hier gepresenteerde lezing laat zien dat Potifars vrouw niet de gemene lichtekooi is die de exegetische traditie in de loop van de afgelopen eeuwen van haar gemaakt heeft. Het is niet nodig mensen slechter voor te stellen dan nodig is – ook in de Bijbel niet.
Labels:
Jozef,
Potifar,
Ron Pirson
woensdag 18 februari 2009
IJdelheid
Het boek Prediker begint met de bekende woorden: "IJdelheid der ijdelheden, zegt Prediker, ijdelheid der ijdelheden! Alles is ijdelheid!" (Prediker 1:2 NBG). In de Hebreeuwse grondtekst staat hier voor ijdelheid hewel. Letterlijk is dat een aanduiding voor een damp, een ademtocht of een nevel. Kortom, iets vluchtigs dat snel voorbijgaat. Vandaar dat men tot de vertaling nietigheid of ijdelheid is gekomen. Salomo wil hiermee niet aangeven dat alles in het leven zinloos is. Een ademtocht heeft wel degelijk zin, maar het is niet duurzaam, niet blijvend. Voor je met je ogen kunt knipperen is het al weer voorbij. Daarom kan hij zich afvragen wat voordeel een mens heeft bij al zijn zwoegen (Pred. 1:3). Dit Hebreeuwse woord hewel is via het Jiddisch tot heibel geworden. En dan betekent het merkwaardigerwijs niet meer ademtocht, maar lawaai, ruzie of kabaal.
Uit: Hebreeuws en Nederlands, Hebreeuwse leenwoorden in het Nederlands door Peter A. Siebesma
Uit: Hebreeuws en Nederlands, Hebreeuwse leenwoorden in het Nederlands door Peter A. Siebesma
Labels:
hebreeuws,
leenwoorden,
siebesma
vrijdag 21 november 2008
Waarheid in de hemel en op aarde

"Rabbi Simon sprak:
Toen God Adam zou gaan scheppen, raakten de dienende engelen verdeeld in twee kampen. Sommigen zeiden: 'Laat hij geschapen worden.' Anderen zeiden: 'Laat hij niet geschapen worden.' Daarom staat er geschreven: 'Genade en waarheid botsten opeen, recht en vrede raakten slaags' (Psalm 85:11).
De genade sprak: 'Laat hij geschapen worden, want hij zal genadige daden doen.'
De waarheid sprak: 'Laat hij niet geschapen worden, want hij zal vol zijn van valsheid.'
Het recht sprak: 'Laat hij geschapen worden, want hij zal rechtvaardige daden doen.'
De vrede sprak: 'Laat hij niet geschapen worden, want hij zal nooit ophouden met twisten.'
Wat deed de Heilige, gezegend zij Hij? Hij nam de waarheid en wierp die tegen de aarde.
De engelen spraken: 'Koning van de kosmos, waarom doet U zo met waarheid, uw eigen zegel? Laat de waarheid van de aarde opstaan.'
Daarom staat er geschreven: 'Laat waarheid opspringen van de aarde' (Psalm 85:12)."
Dit is een gedurfde theologische interpretatie. Ze suggereert dat God op twee gedachten hinkte voordat Hij de mens schiep. Ja, de mens is in staat tot groot betoon van altruïsme, maar hij is ook voortdurend in oorlog. Mensen vertellen leugens en zijn vervuld van twist. God neemt de waarheid en werpt die ter aarde, hetgeen betekent: wil het leven leefbaar zijn, dan mag de waarheid op de aarde niet zijn wat ze in de hemel is. In de hemel mag de waarheid platoons zijn - eeuwig, harmonieus, stralend. Maar de mens moet niet naar zulke waarheid streven. Als hij het toch doet zal hij conflict teweeg brengen in plaats van vrede. Mensen doden omdat ze geloven dat ze de waarheid bezitten terwijl hun tegenstanders dwalen. Laat in dat geval, zegt God door de waarheid ter aarde te werpen, de mensen leven met een andere standaard, één die zich bewust is van zijn beperkingen.
Uit: Leven met verschil, Jonathan Sacks. Uitgeverij Meinema. Geplaatst met toestemming van vertaler Piet van Veldhuizen.
Labels:
globalisering,
Jonathan Sacks,
verscheidenheid,
verschillen
dinsdag 18 november 2008
De Maskilim - Menno Haaijman

De Maskilim zullen het begrijpen en velen tot inzicht brengen...
De debuutroman van Menno Haaijman ligt sinds kort in de boekhandel. Het betreft een zogenaamde literaire thriller waarin de joodse hoofdpersoon Jacob Klein, professor in de eschatologie, zowel privé als carrièrematig in de meest penibele situaties terecht raakt.
Zelf vind ik de sfeer en kwaliteit te vergelijken met boeken als 'De Ontdekking van de Hemel' van Mulisch, 'De Verborgen Geschiedenis' van Donna Tarrt en 'De Kabbalist' van Geert Kimpen. Vanaf het begin was ik gevangen in het verhaal en regelmatig kon ik mijn lachen niet inhouden vanwege de dosis humor die er ook in het boek te vinden is. Het boek kenmerkt zich door de poging om een realistisch beeld neer te zetten van de tijd die voorafgaat aan de komst van de Messias voor het volk Israël. Als alternatieve vorm van bijbelstudie is het boek dus ook te gebruiken. Echter, de gelovige die snel geshockeerd raakt door gedetailleerde vrijscènes kan het boek beter links laten liggen.
Meer informatie: http://www.demaskilim.nl/
Labels:
De Maskilim,
Menno Haaijman
vrijdag 14 november 2008
Parabel van de stem (III) - Hermann Broch
Ze gingen huiswaarts om te beraadslagen en toen zij de volgende dag voor de rabbi stonden, wisten ze, dat ze dicht bij de oplossing waren. Hun woordvoerder sprak aldus:
'U heeft ons de weg gewezen, Rabbi, want we hebben erkend dat de wereld die de Eeuwige, zijn Naam is geheiligd, heeft geschapen, in de tijd bestaat en dat daarom ook de schepping, die immers tot het geschapene behoorde, een begin en een einde nodig had. Maar omwille van het begin moet de tijd ook daarvóór al aanwezig zijn geweest en voor het tijdperk vóór het begin van de schepping waren de engelen present ? om met hun vleugels de tijd te doorsnellen en die te dragen. Zonder de engelen zou Gods tijdeloosheid niet eens kunnen bestaan, waarin ? volgens zijn heilige decreet ? de tijd is ingebed'.
Rabbi Levi bar Chemjo leek tevreden en zei:
'Nu zijn jullie op de goede weg. Nochtans, jullie eerste vraag had betrekking op de stem, die de Eeuwige in zijn heiligheid tot de schepping heeft gericht ? hoe staat het dan daarmee?'
Daarop zeiden de leerlingen:
'Het heeft ons veel moeite gekost om bij het punt uit te komen dat we u hebben uiteengezet. Maar aan de laatste vraag, die onze eerste was, zijn we niet toegekomen. Nu u ons weer goed gezind bent, hopen we, dat u ons het antwoord wilt geven.'
'Dat zal ik doen', zei de rabbi, 'en het zal kort zijn'.
Dus hij hief aan:
'In ieder ding dat hij, wiens Naam is geheiligd, heeft geschapen of nog zal scheppen, treedt ? hoe kan het ook anders ? een deel van zjn geheiligde eigenschappen in. Wat echter is zwijgen en stem tegelijk? Waarlijk, vóór alle dingen die ik ken, is het tijd, die over die dubbele eigenschap beschikt. Ja, het is de tijd, en hoewel ze ons insluit en ons doorstroomt, doet ze dat stom en stilzwijgend. Maar wanneer we oud worden en leren te luisteren naar wat achter ons ligt, horen we een zacht gemurmel, en dat is de tijd die we achtergelaten hebben. En hoe verder we achterwaarts luisteren, hoe beter we hiertoe in staat zijn, des te duidelijker horen wij de stem van de tijden, het zwijgen van de tijd, die hij in zijn heerlijkheid heeft geschapen om zijn wil, maar ook in háár belang, om de schepping voor ons te kunnen volbrengen. En hoe meer tijd is vervlogen, des te machtiger dringt de stem van de tijden tot ons door; wij zullen met haar groeien en aan het einde van de tijden zullen we haar begin vatten en de oproep tot scheppen horen, want dan zullen wij het zwijgen van de Eeuwige horen in de heiliging van zijn Naam.'
De leerlingen zwegen aangedaan. Maar toen de rabbi niets meer toevoegde, slechts stil bleef zitten en zijn ogen gesloten hield, gingen ze zachtjes naar buiten.
Geplaatst met toestemming van vertaler Etienne Denneboom
'U heeft ons de weg gewezen, Rabbi, want we hebben erkend dat de wereld die de Eeuwige, zijn Naam is geheiligd, heeft geschapen, in de tijd bestaat en dat daarom ook de schepping, die immers tot het geschapene behoorde, een begin en een einde nodig had. Maar omwille van het begin moet de tijd ook daarvóór al aanwezig zijn geweest en voor het tijdperk vóór het begin van de schepping waren de engelen present ? om met hun vleugels de tijd te doorsnellen en die te dragen. Zonder de engelen zou Gods tijdeloosheid niet eens kunnen bestaan, waarin ? volgens zijn heilige decreet ? de tijd is ingebed'.
Rabbi Levi bar Chemjo leek tevreden en zei:
'Nu zijn jullie op de goede weg. Nochtans, jullie eerste vraag had betrekking op de stem, die de Eeuwige in zijn heiligheid tot de schepping heeft gericht ? hoe staat het dan daarmee?'
Daarop zeiden de leerlingen:
'Het heeft ons veel moeite gekost om bij het punt uit te komen dat we u hebben uiteengezet. Maar aan de laatste vraag, die onze eerste was, zijn we niet toegekomen. Nu u ons weer goed gezind bent, hopen we, dat u ons het antwoord wilt geven.'
'Dat zal ik doen', zei de rabbi, 'en het zal kort zijn'.
Dus hij hief aan:
'In ieder ding dat hij, wiens Naam is geheiligd, heeft geschapen of nog zal scheppen, treedt ? hoe kan het ook anders ? een deel van zjn geheiligde eigenschappen in. Wat echter is zwijgen en stem tegelijk? Waarlijk, vóór alle dingen die ik ken, is het tijd, die over die dubbele eigenschap beschikt. Ja, het is de tijd, en hoewel ze ons insluit en ons doorstroomt, doet ze dat stom en stilzwijgend. Maar wanneer we oud worden en leren te luisteren naar wat achter ons ligt, horen we een zacht gemurmel, en dat is de tijd die we achtergelaten hebben. En hoe verder we achterwaarts luisteren, hoe beter we hiertoe in staat zijn, des te duidelijker horen wij de stem van de tijden, het zwijgen van de tijd, die hij in zijn heerlijkheid heeft geschapen om zijn wil, maar ook in háár belang, om de schepping voor ons te kunnen volbrengen. En hoe meer tijd is vervlogen, des te machtiger dringt de stem van de tijden tot ons door; wij zullen met haar groeien en aan het einde van de tijden zullen we haar begin vatten en de oproep tot scheppen horen, want dan zullen wij het zwijgen van de Eeuwige horen in de heiliging van zijn Naam.'
De leerlingen zwegen aangedaan. Maar toen de rabbi niets meer toevoegde, slechts stil bleef zitten en zijn ogen gesloten hield, gingen ze zachtjes naar buiten.
Geplaatst met toestemming van vertaler Etienne Denneboom
donderdag 13 november 2008
Parabel van de stem (II) - Hermann Broch
'Laat mij met een wedervraag antwoorden. Waarom heeft hij, die zich in zijn geheiligde Naam heeft verkondigd, ervoor gekozen de engelen om zich heen te scharen? Om hem te helpen soms, hoewel hij toch geen enkele hulp nodig heeft? Waarom heeft hij zich met hen omgeven, terwijl hij toch aan zichzelf genoeg heeft? Nou, ga naar huis en denk daar eens over na'.
Ze gingen naar huis, verwonderd over de wedervraag die hij hun had gesteld, en nadat zij de halve nacht hadden gewikt en gewogen, keerden zij 's morgens terug bij hun leraar en wisten hem verheugd te melden: 'Wij geloven dat we uw vraag hebben begrepen en haar kunnen beantwoorden'.
'Laat eens horen', zei Rabbi Levi Chemjo.
Ze gingen aan zijn voeten zitten en hun woordvoerder zette uiteen wat zij uit zijn woorden hadden opgemaakt:
'Omdat volgens uw uitleg, Rabbi, voor Eeuwige, wiens Naam is geheiligd, zwijgen en spreken net als al het tegenovergestelde, altijd hetzelfde betekent, dus ieder zwijgen van hem ook zijn spreken bevat, maar hij besloten heeft dat een spreken dat niemand hoort, zinloos zou zijn, net zo zinloos als een handelen dat zich beweegt in een ruimte die verstoken is van enige schepping, daarom achtte hij het nodig dat de engelen hem luisterend omgaven ? om zo zijn heilige eigenschappen te vervullen. Daarom heeft hij zijn stem tot hen gericht, toen hij de schepping sommeerde en zij, die het geweldige werk meemaakten, raakten daarvan zo uitgeput dat zij toe waren aan rust; daarom rustte hij met hen op de zevende dag'.
Groot was hun schrik toen rabbi bar Chemjo in lachen uitbarstte; hij lachte, en van het lachen werden zijn ogen klein boven zijn baard:
'Dus jullie houden de Eeuwige, wiens Naam is geheiligd, voor een grappenmaker die optreedt voor zijn engelen? Voor een goochelaar op de jaarmarkt, die met zijn stafje zwaait en zijn kunststukjes aankondigt? Ik zou bijna denken dat hij narren als jullie heeft geschapen om nog eens te kunnen lachen, net als ik nu, want waarlijk, zijn ernst is lachen en zijn lachen is zijn ernst'.
Zij schaamden zich, maar waren niettemin blij de rabbi zo vrolijk te zien. Daarom vroegen ze:
'Help ons nog een beetje verder op weg, Rabbi'.
'Dat wil ik wel doen', antwoordde de leraar, 'ik zal het doen en mij hierbij opnieuw van een wedervraag bedienen. Waarom heeft de geheiligde God zeven dagen voor zijn schepping gebruikt, terwijl hij die toch ook in één ademtocht had kunnen volbrengen?'
Geplaatst met toestemming van vertaler Etienne Denneboom.
(wordt vervolgd)
Ze gingen naar huis, verwonderd over de wedervraag die hij hun had gesteld, en nadat zij de halve nacht hadden gewikt en gewogen, keerden zij 's morgens terug bij hun leraar en wisten hem verheugd te melden: 'Wij geloven dat we uw vraag hebben begrepen en haar kunnen beantwoorden'.
'Laat eens horen', zei Rabbi Levi Chemjo.
Ze gingen aan zijn voeten zitten en hun woordvoerder zette uiteen wat zij uit zijn woorden hadden opgemaakt:
'Omdat volgens uw uitleg, Rabbi, voor Eeuwige, wiens Naam is geheiligd, zwijgen en spreken net als al het tegenovergestelde, altijd hetzelfde betekent, dus ieder zwijgen van hem ook zijn spreken bevat, maar hij besloten heeft dat een spreken dat niemand hoort, zinloos zou zijn, net zo zinloos als een handelen dat zich beweegt in een ruimte die verstoken is van enige schepping, daarom achtte hij het nodig dat de engelen hem luisterend omgaven ? om zo zijn heilige eigenschappen te vervullen. Daarom heeft hij zijn stem tot hen gericht, toen hij de schepping sommeerde en zij, die het geweldige werk meemaakten, raakten daarvan zo uitgeput dat zij toe waren aan rust; daarom rustte hij met hen op de zevende dag'.
Groot was hun schrik toen rabbi bar Chemjo in lachen uitbarstte; hij lachte, en van het lachen werden zijn ogen klein boven zijn baard:
'Dus jullie houden de Eeuwige, wiens Naam is geheiligd, voor een grappenmaker die optreedt voor zijn engelen? Voor een goochelaar op de jaarmarkt, die met zijn stafje zwaait en zijn kunststukjes aankondigt? Ik zou bijna denken dat hij narren als jullie heeft geschapen om nog eens te kunnen lachen, net als ik nu, want waarlijk, zijn ernst is lachen en zijn lachen is zijn ernst'.
Zij schaamden zich, maar waren niettemin blij de rabbi zo vrolijk te zien. Daarom vroegen ze:
'Help ons nog een beetje verder op weg, Rabbi'.
'Dat wil ik wel doen', antwoordde de leraar, 'ik zal het doen en mij hierbij opnieuw van een wedervraag bedienen. Waarom heeft de geheiligde God zeven dagen voor zijn schepping gebruikt, terwijl hij die toch ook in één ademtocht had kunnen volbrengen?'
Geplaatst met toestemming van vertaler Etienne Denneboom.
(wordt vervolgd)
Abonneren op:
Posts (Atom)